kapitein Max van de Pol
Hans Roggen en Nick Braun
‘De geschiedenis leeft voort in de verhalen van de bewoners’
Een honderdste verjaardag is bijzonder, maar op Bronbeek is het inmiddels bijna traditie. Jaap Galjaard was deze week al de vierde bewoner die de respectabele leeftijd van honderd jaar heeft bereikt. En over twee weken volgt nummer vijf.
In de Poorterszaal van Bronbeek klinkt applaus. Jaap Galjaard heft glimlachend zijn glas, terwijl familie, medebewoners en medewerkers zijn aangeschoven. De honderdjarige staat ontspannen in het middelpunt van de belangstelling. De gesprekken aan tafel gaan over vroeger, over Defensie en over de ontwikkelingen van nu. Op Bronbeek leven momenteel veertig veteranen. Ze kennen elkaar, eten dagelijks samen aan de stamtafel en vormen een hechte gemeenschap.
Wethouder David de Vries feliciteert Jaap Galjaard tijdens diens honderdste verjaardag in de Poorterszaal van Bronbeek.
Een thuis met een missie
Bronbeek is meer dan een woonplek voor oud-militairen. In heel Europa bestaan slechts drie militaire veteranentehuizen waar wonen, zorg, geschiedenis en militaire tradities zo nauw met elkaar verweven zijn. Naast Bronbeek zijn dat het Royal Hospital Chelsea in Londen en Hôtel des Invalides in Parijs.
Sinds drie jaar staat kolonel Gerard van Kuijck aan het hoofd van het Arnhemse landgoed. “Onze bewoners hebben allemaal de wapenrok gedragen”, zegt hij. “Ze komen uit verschillende krijgsmachtdelen en hebben totaal verschillende levens geleid. Maar uiteindelijk delen ze dezelfde militaire achtergrond en dezelfde kameraadschap.”
Kolonel Gerard van Kuijck: “Je voelt hier de geschiedenis. Dat maakt Bronbeek uniek.”
Die verbondenheid kent een lange geschiedenis. Koning Willem III schonk Bronbeek in 1863 aan de Nederlandse Staat met de opdracht oud-militairen een thuis te bieden. Van oudsher is Bronbeek bedoeld voor onderofficieren en manschappen. Die traditie wordt nog altijd voortgezet.
Vier gezichten van Bronbeek
Volgens kolonel Van Kuijck rust Bronbeek op vier pijlers: het veteranentehuis, het museum, de Kumpulan als ontmoetingsplek en de rol die Bronbeek vervult bij herdenkingen en militaire ceremonies. Daardoor lopen wonen, geschiedenis en Defensie voortdurend in elkaar over.
Die combinatie is geen toeval. Volgens kolonel van Kuijck houdt de verantwoordelijkheid van Defensie niet op wanneer militairen hun uniform uittrekken. “Als wij militairen uitzenden, hebben wij ook de plicht om goed voor ze te zorgen wanneer ze terugkeren”, zegt hij. “Dat doen we hier al meer dan 160 jaar.”
Het historische hoofdgebouw van Bronbeek is naast museum ook thuisbasis voor veteranen.
Voor kolonel van Kuijck schuilt daarin de grootste kracht van Bronbeek. Geschiedenis is er niet alleen zichtbaar in gebouwen, uniformen en museumstukken, maar leeft ook voort in de verhalen van de bewoners. “Waar vind je een museum waar de mensen die deel uitmaakten van die geschiedenis er nog gewoon wonen en hun verhaal zelf kunnen vertellen?”
Bewoners kiezen er bewust voor om op het landgoed te wonen. Ze beschikken over een eigen appartement, leven zo zelfstandig mogelijk en kunnen gebruikmaken van zorg wanneer dat nodig is. Nieuwe bewoners draaien eerst een proefweek mee om te ervaren of het leven op Bronbeek bij hen past.
Bewoners leven op Bronbeek zo zelfstandig mogelijk
“Het jasje moet je passen”
Tussen de bewoners, familieleden en genodigden zitten tijdens de viering ook Wilma en Marjolein. De twee verzorgenden IG (individuele gezondheidszorg) maken de bijzondere momenten op Bronbeek van dichtbij mee. Ze kennen de bewoners, hun verhalen en hun gewoontes.
“Ik zeg altijd: iedereen kan het jasje van Bronbeek aantrekken, maar je moet het wel passen”, zegt Wilma. Veel bewoners zijn gewend hun problemen zelf op te lossen. Dat vraagt volgens haar om een andere manier van werken. “Mannen zijn vaak zorgmijdend. Je moet stevig in je schoenen staan. Maar als je hier past, is het een fantastische plek om te werken.”
Wilma (links) en Marjolein werken samen al meer dan twintig jaar op Bronbeek.
“We hebben onderling vaak aan één woord genoeg”, zegt Wilma. Juist doordat bewoners jarenlang dezelfde gezichten zien, ontstaat een bijzondere vertrouwensband. “Bewoners vertellen ons soms eerder iets dan hun eigen familie”, vult Marjolein aan.
Allemaal typetjes
Dat de bewoners dezelfde militaire achtergrond delen, betekent niet dat ze op elkaar lijken. “Je hebt hier allemaal typetjes”, zegt Marjolein lachend. “Dat maakt Bronbeek.” Ze noemt voorbeelden als ‘de grote haan’, ‘de intellectueel’ en ‘de dichter’. Bewoners met totaal verschillende karakters, die elkaar iedere dag weer treffen aan de stamtafel.
Kolonel van Kuijck ziet dat ook. “De een werd na zijn dienstperiode wetenschapper, de ander directeur van een scheepswerf in Brazilië. Iedereen heeft zijn eigen levensverhaal. Maar uiteindelijk vinden ze elkaar weer in de kameraadschap.” Die kameraadschap zie je ook tijdens de verjaardag van Jaap Galjaard. Bewoners feliciteren hem alsof een oude makker een bijzondere mijlpaal heeft bereikt. Er wordt geplaagd, gelachen en herinneringen opgehaald.
Verschillende karakters, verschillende levensverhalen, maar verbonden door dezelfde kameraadschap.
Midden in de maatschappij
Dat leven speelt zich niet alleen af binnen de poorten van Bronbeek. Nog deze week reisden twaalf bewoners naar Heumensoord om de militaire deelnemers aan de Nijmeegse 4Daagse binnen te halen. Eerder dit jaar vertrok een groep van vijf bewoners en begeleiders naar de Militaire Bedevaart in Lourdes, waar veteranen uit verschillende landen elkaar jaarlijks ontmoeten. Lezingen, herdenkingen en Veteranendag maken eveneens deel uit van het leven op Bronbeek. “Dat zijn voor ons de mooie momenten”, zegt Wilma. "Je maakt hier bijzondere dingen mee."
Jaap Galjaard is daar een mooi voorbeeld van. De welbespraakte honderdjarige werd vorige maand nog op het podium tijdens de Veteranendag in Arnhem geïnterviewd over zijn leven en ervaringen. De voormalig bedrijfsingenieur en wetenschapper volgt nog altijd nieuwe ontwikkelingen op de voet en schrijft regelmatig over onderwerpen die hem bezighouden, waaronder kunstmatige intelligentie.
“Na in het verleden deel te hebben gehad aan onze koloniale geschiedenis, besloot ik hier te komen wonen. Omdat aan die geschiedenis in het Museum van Bronbeek goede aandacht wordt gegeven. En om de sfeer van kameraadschap die ik kende uit lang vervlogen militaire jaren”, vertelt hij.
Jaap Galjaard: “We staan nog midden in de maatschappij.”
Waarom juist op Bronbeek dit jaar vijf bewoners de honderd jaar aantikken, weet niemand precies. Volgens de verzorgenden spelen waarschijnlijk meerdere factoren een rol: structuur, goede voeding, beweging, sociale contacten en vooral aandacht. “Ik denk niet dat je kunt zeggen dat er één reden voor is”, zegt Wilma. “Maar ik denk wel dat al die zaken er aan bijdragen. Wij doen er alles aan om de bewoners zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving te laten wonen.”
Eerbetoon
Ondertussen stelt buiten de Britse regimentsband Band of the Royal Regiment of Fusiliers zich op. Na hun optreden tijdens de Nijmeegse 4Daagse brengen de muzikanten ook een eerbetoon aan de honderdjarige bewoners van Bronbeek. Na deze bijzondere afsluiting van de feestelijkheden is de taart op, zijn de laatste foto's gemaakt en schuiven de bewoners langzaam weer aan de stamtafel. Zoals iedere middag wacht de warme maaltijd, vanavond volgt het brood.
Honderdjarige veteraan Jaap Galjaard samen met militairen van de Band of the Royal Regiment of Fusiliers.
Voor Jaap Galjaard zit de feestelijke dag erop. Maar de slingers kunnen nog even blijven hangen. Over twee weken viert Bronbeek opnieuw een honderdste verjaardag. Dan is het de beurt aan Ton Boelens en klinkt in de Poorterszaal opnieuw het vertrouwde Lang zal hij leven.
De eeuwelingen van Bronbeek
Vier korte portetten:
Jaap Galjaard
Wie:
Jaap Galjaard (1926)
Rang:
opperwachtmeester Administrateur
Eenheid:
5e Eskadron Vechtwagens
Uitgezonden:
Nederlands-Indië (1948)
Jaap Galjaard werd geboren in Schoten (Haarlem-Noord). Zijn jonge jaren stonden in het teken van oorlog en bezetting. Tijdens de Hongerwinter van 1945 trok hij door Nederland op zoek naar voedsel. Hij zag de gevolgen van de oorlog van dichtbij en ondervond wat het betekende om in onzekere tijden keuzes te maken.
In 1948 vertrok Jaap als dienstplichtig militair naar het toenmalige Nederlands-Indië. Als opperwachtmeester Administrateur van het 5e Eskadron Vechtwagens maakte hij deel uit van de Nederlandse militaire inzet in een roerige periode. Vooral de konvooibewaking op Sumatra vroeg veel van hem en zijn kameraden.
Eenmaal terug in Nederland pakte Jaap zijn technische loopbaan weer op bij Werkspoor. Later werd hij wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Technische Hogeschool Delft, waar hij zich bezighield met productieorganisatie en informatisering. Sinds juli 2025 woont Jaap op Bronbeek. Daar vindt hij herkenning in de kameraadschap en de militaire geschiedenis waarvan hij zelf deel uitmaakt.
Gerard Hensbergen
Wie:
Gerard Hensbergen (1925)
Rang:
grenadier eerste klasse
Eenheid:
3e Bataljon Garde Grenadiers, Eerste Divisie 7 December
Uitgezonden:
Nederlands-Indië (1946-1949)
Gerard Hensbergen groeide op in Zeist, in een generatie die weinig rust kende. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij opgepakt, zat hij gevangen in Kamp Amersfoort en werd hij gedwongen tewerkgesteld.
Zijn oorlogservaringen werden gevolgd door een nieuwe militaire opdracht. In oktober 1946 vertrok Gerard met de Eerste Divisie 7 December naar Nederlands-Indië. Als grenadier eerste klasse van het 3e Bataljon Garde Grenadiers diende hij ruim drie jaar in een gevechtseenheid. Hij maakte de twee Politionele Acties mee, maar ook de vele patrouilles, wachtdiensten en andere inzetmomenten die het dagelijks leven van een militair bepaalden. Voor zijn inzet ontving hij het Ereteken voor Orde en Vrede met vier gespen.
Na zijn militaire loopbaan vond Gerard zijn plek in de fijnmetaal en zette hij zich vooral graag in voor jongere collega’s. Sinds 2015 woont hij op Bronbeek. Als trotse grenadier en veteraan blijft hij actief betrokken bij herdenkingen, veteranenactiviteiten en zijn medebewoners.
Jan de Bruin
wie:
Jan de Bruin (1926)
Rang:
compagnies- en bataljonsadministrateur
Eenheid:
Militaire Administratie
Uitgezonden
Nederlands-Indië (1949-1951)
Jan de Bruin werd geboren in Schoten (Haarlem-Noord). In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog dook hij onder om aan de bezetter te ontkomen. Na de bevrijding volgde een nieuwe fase in zijn leven: zijn oproep voor militaire dienst en uitzending naar het toenmalige Nederlands-Indië.
Tussen 1949 en 1951 diende Jan bij de Militaire Administratie. Als compagnies- en bataljonsadministrateur werkte hij in en rond Batavia (het huidige Jakarta).
Hoewel hij niet rechtstreeks aan gevechtsacties deelnam, maakte hij de spanningen en onzekerheid van de laatste periode van het Nederlandse bestuur van dichtbij mee. Voor zijn inzet ontving hij het Ereteken voor Orde en Vrede.
Zijn technische achtergrond bleef zijn leven lang belangrijk. Als scheepsbouwkundige werkte hij bij verschillende werven en bracht hij uiteindelijk jaren door in Brazilië, waar hij doorgroeide tot directeur werkvoorbereiding en hellingwerk. Sinds 2011 woont Jan op Bronbeek. Daar geniet hij van de zorg, de kameraadschap en de verhalen van medeveteranen.
Jaap Brink
Wie:
Jaap Brink (1926)
Rang:
soldaat
Eenheid:
4-10 Regiment Infanterie
Uitgezonden
Nederlands-Indië (1946-1949)
Jaap Brink werd geboren in ’s Heerenbroek, in de polder Mastenbroek. De oorlogsjaren maakten grote indruk op hem. Vooral de Hongerwinter bleef hem bij: hij zag de nood van anderen en hoe zijn gezin mensen hielp die op zoek waren naar voedsel.
Zijn eigen militaire avontuur begon kort na de bevrijding. Na zijn opleiding vertrok Jaap als dienstplichtig militair naar het toenmalige Nederlands-Indië. Als militair van 4-10 Regiment Infanterie maakte hij daar drie intensieve jaren mee. Het waren zware jaren, maar ook een periode waarin hechte kameraadschap ontstond. Nog altijd bezoekt hij jaarlijks de herdenking van zijn regiment op landgoed Bronbeek.
Ook na zijn militaire tijd bleef Jaap actief en veelzijdig. Hij werkte als steward bij de Holland-Amerika Lijn en later als spreker bij dolfijnenshows van Ouwehands Dierenpark. Sinds 2010 woont Jaap op Bronbeek. Als schrijver en verhalenverteller deelt hij nog altijd zijn ervaringen en herinneringen.