Sla over en ga naar de inhoud
1914 1914

Terugkijker

4 min

Evert Brouwer

Diversen

Het is weer tijd voor een blik op de kalender. In de rubriek 'Terugkijker' richten we het vizier om de week op een gebeurtenis uit het verleden. Van militair-historische aard en gebeurtenissen waarbij Defensie betrokken was, maar ook situaties die invloed hebben gehad op de hele wereld. 

Om hiermee het ‘o ja-gevoel’ op te roepen, maar ook omdat we in deze jachtige tijd gebeurtenissen vaak zo snel vergeten of ons deze niet meer exact herinneren. Vandaag gaan we terug naar 23 juli 1914, als Oostenrijk-Hongarije het zogenoemde Juli-ultimatum stelt aan Servië. De lont in het vat van explosief Europa. 

De aanslag in Sarajevo op aartshertog Frans Ferdinand en zijn gade Sophie von Chotek, gravin van Chotova, vormt het begin. De troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije en zijn vrouw komen daarbij om. Dader Gavrilo Princip is lid van de Servische nationalistische groepering Zwarte Hand. 

Alle publicaties tegen de Oostenrijkse monarchie moeten worden gestopt 

Het document met de eisen van Oostenrijk en de reactie van de Britse pers daarop.

Onvoorwaardelijke steun 

De moord is voor Oostenrijk-Hongarije de directe reden om Servië verantwoordelijk te houden en eisen te stellen. Onvoorwaardelijk gesteund door Duitsland, stuurt Oostenrijk-Hongarije een ultimatum aan de regering-Pašić. Hierin eist het land dat Servië de moord onderzoekt en een einde maakt aan anti-Oostenrijkse activiteiten.  

Het ultimatum is op 23 juli 1914 door generaal Wladimir Rudolf Karl Freiherr Giesl von Gieslingen in Belgrado overhandigd, met een termijn van 48 uur om te reageren. Oostenrijk-Hongarije stelt hierin dat alle publicaties tegen de Oostenrijkse monarchie onderdrukt moeten worden.  

Daarnaast moesten andere anti-Oostenrijkse organisaties ontbonden worden. Alle propaganda tegen Oostenrijk-Hongarije moet verdwijnen uit het Servische onderwijs en de publieke voorlichting. Servië moest uitleg geven over haatdragende verklaringen van hooggeplaatste Serviërs over Oostenrijk-Hongarije. Alle personen in het Servische leger en openbaar bestuur die anti-Oostenrijkse propaganda hebben verspreid, moeten ontslagen worden en hun namen moesten aan Oostenrijk worden gegeven. 

De situatie in Europa brengt ook onrust in Nederland, getuige deze voorpagina van het Leidsch Dagblad. Ook ons land mobiliseerde, maar bleef neutraal in de Eerste Wereldoorlog.

President Pašić gaat akkoord, op één eis na 

Smokkel wapens 

Servië moet daarnaast samenwerken met Oostenrijk bij het bestrijden van anti-Oostenrijkse bewegingen. Dat betekent dat Oostenrijkse ambtenaren meewerken aan het juridische onderzoek naar de daders van de moord op Frans Ferdinand. Twee specifieke personen, die waarschijnlijk betrokken waren bij het complot, moeten direct gearresteerd worden. 

Ook de smokkel van wapens en explosieven tussen Servië en Oostenrijk-Hongarije moet stoppen, meldt het ultimatum. Oostenrijk-Hongarije moet zonder vertraging op de hoogte worden gesteld van de uitvoering van deze maatregelen. 

Het zijn al eisen waaraan Servië nauwelijks kan voldoen, laat staan binnen de gestelde tijd. De Serviërs, onder leiding van president en staatsman Nikola Pašić, maken gebruik van de 48 uren om te bezien hoe hun bondgenoten erin staan. De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sazonov en zijn Franse ambtgenoot Poincaré sturen direct steunbetuigingen naar hun bondgenoot. 

Aartshertog Frans Ferdinand en hertogin Sophie von Chotek tijdens hun bezoek aan Sarajevo, niet lang voor de moordaanslag.

Onacceptabel 

Dat is de reden dat Pašić akkoord gaat, op een belangrijk punt na. Oostenrijk wil dat zijn politieagenten de onderzoeken leiden in Servië. Dit wordt aangemerkt als een schending van de Servische soevereiniteit en dus als onacceptabel bestempeld. Servië biedt nog wel aan om zelf onderzoek te doen en de resultaten te delen met Oostenrijk. 

Op 24 juli bericht de Leidsche Courant al over de eisen van Oostenrijk-Hongarije.

Binnen een week is vrijwel heel Europa in oorlog 

Oostenrijk-Hongarije wijst dit, zoals verwacht, af en verbreekt daarop de diplomatieke betrekkingen. Drie dagen later, op 28 juli, verklaart Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië. Dit activeert een kettingreactie door de verschillende bondgenootschappen in Europa. Rusland en Frankrijk mobiliseren hun legers. Voor Duitsland is dat de aanleiding is om die landen de oorlog te verklaren. Duitsland valt België binnen om van daaruit Frankrijk aan te vallen, waarna Groot-Brittannië weer de oorlog aan Duitsland verklaart. In nog geen week tijd is het oorlog in Europa. 

Belgisch geschut staat opgesteld na de mobilisatie, in aanloop naar de Eerste Wereldoorlog.

Historici zien de Oostenrijk-Hongaarse eisen niet als een echt ultimatum, maar als een bewuste provocatie. Oostenrijk-Hongarije wil oorlog met Servië om de dreiging van die zijde en het groeiende Slavische nationalisme definitief uit te schakelen. De eis over Oostenrijkse politie op Servisch grondgebied was onacceptabel voor elke soevereine staat. Dit wordt gezien als een bewuste poging om een oorlog te beginnen en de Servische regering daarvan de schuld te geven. Een doorzichtige tactiek die tot op de dag van vandaag navolging vindt. 

Defensiekrant

Editie 28 2026