Sla over en ga naar de inhoud
Vertrekkend minister Ruben Brekelmans en staatssecretaris Gijs Tuinman praten met CDS generaal Onno Eichelsheim. Op de achtergrond staat een Leopard-tank

‘Verder bouwen op een stevig fundament’ 

7 min

kapitein Arjen de Boer

archief Mediacentrum Defensie (MCD)

Vertrekkende bewindspersonen blikken terug op een veelbewogen ambtsperiode 

Nieuwe wapenaankopen, extra locaties voor kazernes en oefenterreinen, steun aan Oekraïne, groei van het personeelsbestand, bevorderen van de weerbaarheid, enzovoorts. Er gaat bijna geen dag voorbij of Defensie is in het nieuws. Minister Ruben Brekelmans en staatssecretaris Gijs Tuinman stonden het afgelopen anderhalf jaar in het oog van die ‘storm’. Maar komende maandag is het voorbij. Dan dragen de mannen het stokje over aan hun opvolgers Dilan Yesilgöz (minister) en Derk Boswijk (staatssecretaris). Daarom is nu het moment om nog terug te blikken op een veelbewogen tijd. En wat gaan Brekelmans en Tuinman eigenlijk hierna doen? 

‘Er moest meer gevechtskracht uit de kraan komen’ 

U bent zo’n anderhalf jaar vol gas aan de slag geweest. Wat heeft u bereikt? 

Brekelmans: “Ik denk dat we zowel nationaal als internationaal het nodige hebben bewerkstelligd. Op de NAVO-top van vorig jaar hebben we breed afgesproken om enorme investeringen in Defensie te doen met het hele bondgenootschap. Verder hebben we Oekraïne meer gesteund dan ooit. Maar ook in Nederland hebben we een enorme slag gemaakt om de krijgsmacht te versterken en te moderniseren. Zo gaan we naar een besteding van 3,5 procent van het nationaal budget aan Defensie. We hebben er aan bijgedragen dat de krijgsmacht er niet alleen nu, maar ook in de toekomst mooi voorstaat.” 
 
Tuinman: “Waar ik mee begon, was: leveren, leveren, leveren. Er moest gewoon meer gevechtskracht uit de kraan komen bij Defensie. Dat hebben we wel degelijk voor elkaar kunnen krijgen. Denk bijvoorbeeld aan de herinvoering van de tanks. Maar ook qua personele groei is er sprake van een flinke toename. Het aantal aanmeldingen gaat steil omhoog. Bovendien hebben we in de digitalisering stappen gezet om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse partijen.” 

Vertrekkend staatssecretaris Tuinman en minister Brekelmans sprongen zo’n anderhalf jaar geleden op een rijdende trein. In die tijd hebben ze veel weten te bereiken. 

U heeft helaas niet de volle vier jaar kunnen afmaken. Baalt u daarvan? 

Tuinman: “Vooropgesteld; het herstel is nog lang niet klaar. Maar goed, het was ook niet klaar als we de vier jaar hadden uitgezeten. Ik vergelijk het met mijn missies als militair in het buitenland. De opdracht of het probleem is groter dan je in één termijn kunt aanpakken. Maar wat je wel kunt bereiken, is dat je opvolger in een betere situatie terechtkomt dan jij kwam. Zo zie ik onze rol nu ook als bewindspersonen. Uiteindelijk staat de krijgsmacht er nu weer een stuk beter voor, wat bijdraagt aan de afschrikking van potentiële tegenstanders.”  
 
Brekelmans: “Precies. De kentering was al ingezet toen wij het stokje rennend overnamen. We hebben gezorgd voor meer versnelling, groei en modernisering. Onze opvolgers kunnen verder bouwen op een stevig fundament. Maar het gevoel is dubbel. Ik denk dat we allebei met pijn in ons hart afscheid nemen van deze eervolle baan bij Defensie.” 

Het werkbezoek aan een onderzeeboot was één van de vele hoogtepunten voor Brekelmans. 

Welke momenten of werkbezoeken springen er voor u uit? 

Brekelmans: “Elk werkbezoek was bijzonder. Maar als ik dan toch wat voorbeelden moet noemen dan denk ik aan het bezoek aan onderzeeboot Zr.Ms. Dolfijn. Ik mocht een stuk meevaren en zien hoe het allemaal functioneert. Dat zal ik nooit meer vergeten. Of die keer dat ik in een F-16 mocht meevliegen, dat was letterlijk een hoogtepunt. Maar ook schietoefeningen bij de landmacht en het meerijden in een tank en CV90. De kijkjes achter de schermen bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). En uiteraard waren de bezoeken aan Oekraïne aangrijpend en indrukwekkend. Of het recente bezoek aan Irak waar ik werd beveiligd door de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten van de Koninklijke Marechaussee. Zij waren echt voorbereid op alle mogelijke scenario’s.” 

‘Dat was letterlijk een hoogtepunt’ 

Tuinman: “Wat mij het meest bij is gebleven, is de ontzettende drive van militairen én burgermedewerkers in Nederland in alle uithoeken van de wereld. Hoe zij hun eigenbelang ondergeschikt maken aan onze veiligheid. De technologische ontwikkelingen gaan hard, maar die menselijke component blijft onmisbaar. Het gaat om de boots on the ground, de mannen en vrouwen in het veld. Zij hebben altijd gelijk. Wij moesten er als bewindspersonen voor zorgen dat deze collega’s hun werk konden doen en resultaten konden boeken.”  
 
“Maar ook de terugkeer van de tank blijft mij bij. Het is meer dan een bak staal met een kanon en rupsbanden. Het is ook technologie en IT, en misschien wel één van de beste combinaties tussen mens en machine. Dankzij alle IT en digitalisering kan de tank een verschil maken. De terugkeer is een tastbaar bewijs dat we op de goede weg zijn.” 

Nederland koopt minimaal 46 Leopard 2A8-gevechtstanks, maakte Defensie vorig jaar mei bekend. 

Brekelmans: “Een dag voordat de tank terugkwam, was ik op werkbezoek bij de MIVD. Daar zat ik naast een van onze beste hackers. Die zei toen: ‘Gefeliciteerd’. Ik dacht: ‘Waarom gefeliciteerd?’. Hij antwoordde: ‘Morgen komt de tank terug’. Zelfs hij was dus trots op het feit dat er straks weer tanks rijden. Het is toch een symbool van de hernieuwde kracht van onze krijgsmacht.” 

Tuinman was tijdens een werkbezoek nooit te beroerd om zelf de handen uit de mouwen te steken. 

Uw opvolgers springen na het weekend ook op die rijdende trein. Wat wilt u ze meegeven? 

Tuinman: “Onze afschrikking moet op orde komen. Zodat een ander het niet in zijn hoofd haalt om ons aan te vallen. Dus snel meer mensen, meer materieel, meer IT en digitalisering. Maar zeker ook een juiste trainingsomgeving voor militairen: zij moeten de ruimte hebben om zich voor te bereiden.” 
 
Brekelmans: “Het tempo moet onverminderd hoog blijven vanwege de Russische dreiging. Tegelijkertijd vragen de Verenigde Staten meer daden van Europese landen. Het wordt een uitdaging om snelheid te maken, terwijl Defensie de komende jaren nog meer onder een vergrootglas komt te liggen. Want we nemen budgettair en fysiek meer ruimte in. Dan kijken mensen misschien kritischer naar wat we doen. Dus naast snelheid is behoud van draagvlak ook belangrijk.” 

Brekelmans en Tuinman tijdens een interview aan het begin van hun ambtstermijn. 

‘Hoe zwakker Oekraïne, des te groter is de dreiging voor ons’ 

Hoe verhoudt dit zich tot de steun aan Oekraïne? 

Brekelmans: “Terwijl wij onze krijgsmacht op orde brengen, wordt iedere dag keihard gevochten in Oekraïne. Tegelijkertijd gebeurt er zoveel in de wereld. De aandacht schiet van Venezuela naar het Midden-Oosten. Misschien dat de komende jaren ook nog iets rond China en Taiwan gebeurt. Het risico is dat we de aandacht voor Oekraïne verliezen. Want de Russische agressie gaat daar dagelijks door. Hoe zwakker Oekraïne staat, des te groter de dreiging voor ons is. Dus de steun moet op peil blijven.” 

Staatssecretaris Tuinman is van plan als reservist terug te keren bij het Korps Commandotroepen. Minister Brekelmans wil als VVD-fractieleider het kabinet aansporen het tempo van de versterking van de krijgsmacht door te zetten.

Nog even en dan zit het er echt op. Hoe gaat u zich verder inzetten voor de weerbaarheid van Nederland? 

Tuinman: “Mijn missie is niet veranderd. Dat is nog steeds een bijdrage leveren aan onze veiligheid. Waar en wanneer dan ook. Ik neem eerst wat afstand om na te denken. Maar uiteindelijk meld ik me als reservist bij het Korps Commandotroepen, waar ik vandaan kom. Mijn passie zit in het winterse optreden, het arctische, de bergen. Dat wil ik weer doen met jonge, enthousiaste mensen. Ze beter maken, zodat ze klaar zijn voor klussen waarbij niet altijd alle randvoorwaarden duidelijk zijn.” 
 
Brekelmans: “Ik ben straks voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer. In die rol zal ik het kabinet aansporen om het tempo van de versterking van de krijgsmacht door te zetten. En ik wil ervoor zorgen dat we breed de noodzakelijke hervormingen uitvoeren die nodig zijn om de groei van het defensiebudget inpasbaar te maken. Ook dat is essentieel om de krijgsmacht in staat te stellen de komende jaren door te groeien.” 

Defensiekrant

Editie 06 | 2026