kapitein Arjen de Boer
archief Mediacentrum Defensie en ANP
Elanor Boekholt-O’Sullivan blikt terug op bijna 32 jaar Defensie
Begonnen als militair bij de luchtmacht, later een rijzende ster en topvrouw bij Defensie. Elanor Boekholt-O’Sullivan was de eerste vrouwelijke driesterren generaal. In al haar functies vocht ze ook voor de positie van vrouwen bij Defensie. Maar nu is zij officieel b.d., oftewel buiten dienst. Haar nieuwe missie is sinds deze week het ministerschap van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).
Aan de kantoormuur hangen meer dan honderd Polaroidfoto’s. Allemaal gezichten van collega’s, jong en oud, man, vrouw, werkzaam op verschillende afdelingen. De portretgalerij reikt bijna tot het plafond. Het was een idee van Elanor Boekholt-O’Sullivan, tot voor kort nog luitenant-generaal en plaatsvervangend directeur Beleid op het ministerie van Defensie. Hier was ze verantwoordelijk voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD), waarin is vastgelegd welke fysieke ruimte de groeiende krijgsmacht nodig heeft.
Elanor Boekholt-O-Sullivan verlaat na bijna 32 jaar Defensie en gaat aan de slag in het kabinet van premier Rob Jetten.
“Als zij nota’s en Kamerbrieven moest beoordelen, wilde ze weten wie de schrijvers waren”, vertelt een directe collega vlak voor het interview, nu twee weken geleden. “Ze wilde weten welk gezicht er achter de naam op het papier zat.” Zoiets typeert Boekholt-O’Sullivan: samenwerken en de mens centraal zetten. Maar dat gaat ze nu dus bij een andere functie doen. Geen militaire, maar een politieke.
Een carrière die ooit begon als sergeant bij de Koninklijke Luchtmacht, is uitgegroeid tot een ministerschap. Boekholt-O’Sullivan is sinds enkele dagen officieel minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Een zware post waar alle ogen op zijn gericht vanwege de woningcrisis. Maar zo’n positie, waarin iedereen naar je kijkt en de verwachtingen hooggespannen zijn, is haar niet vreemd. In bijna 32 jaar bij Defensie is ze zogezegd door alle wateren gewassen.
‘Kan ik succesvol zijn?’
Hoe moeilijk was de beslissing om de overstap te maken?
“Er zaten vijf nachten tussen het belletje met de vraag of ik minister wilde worden en mijn beslissing. De eerste nacht was het onderwerp vrij groot. Ik dacht: ‘Moet ik dit willen? Is het tijd om Defensie te verlaten? Kan ik succesvol zijn?’. De laatste nacht was het: ‘Maar wat moet ik dan dragen?’ Geen uniform in ieder geval. Toen dacht ik: ‘Oké, dan is het van een grote levensvraag naar iets kleins gegaan’. Toen wist ik het antwoord: als ik word gevraagd iets bij te dragen, dan ga ik helpen.”
Luitenant-generaal b.d. Elanor Boekholt-O’Sullivan kreeg vorig jaar mei de Francien de Zeeuw-penning. De onderscheiding geldt als erkenning voor pioniers die zich met moed en creativiteit inzetten voor een krijgsmacht waar iedereen zich thuis voelt.
Wat ging er door uw hoofd toen u het uniform voor het laatst aantrok?
“Het militaire pak is niet alleen maar kleding. Het staat voor eer, trots en voor het feit dat de ander en het team altijd belangrijker zijn dan het individu. Dat draag ik mee, dus in mijn hart blijft dat pak ‘aan’. Alleen ga ik aan de buitenkant wat anders dragen. Maar ik dacht wel: ‘Wat nu?’ Ik heb niet veel kleding die past bij een ministerspost. Dus ik heb morgen (de eerste dag als burger, red.) een afspraak met mijn creditcard om dat ‘kledingprobleem’ op te lossen.”
‘Ik geloof in altijd jezelf zijn’
Welke defensieskills neemt u mee?
“Vanaf dag één leren militairen dat je niks alleen kan. Dat alles gaat over samenwerken. Het heeft geen zin ergens binnen te lopen en te veronderstellen dat mensen onder de indruk zijn van je cv of rang. Het gaat erom hoe goed je kunt samenwerken, hoe je met anderen tot oplossingen komt. Ik geloof in altijd jezelf zijn. Dan ben je voorspelbaar voor de omgeving. Mensen weten dan hoe je bent en reageert. Verder geloof ik in transparantie en mensen ruimte geven. Gewoon zeggen wat er scheelt en als iets niet goed loopt, dat toch bespreken. Zo kom je samen verder.”
Een van de zaken waar luitenant-generaal b.d. Boekholt-O’Sullivan zich hard voor heeft gemaakt is een nieuwe, beter ogende en passende jurk voor vrouwelijke militairen. Dit is onderdeel van het zogeheten Dagelijks Tenue (DT), het ‘nette’ pak van militairen.
U staat bekend als een pionier: de eerste vrouwelijke commandant van een vliegbasis, de eerste vrouwelijke luitenant-generaal en voorvechter van diversiteit en inclusie binnen Defensie. Hoe kijkt u hier zelf naar?
“Mensen zeiden weleens: ‘Kijk uit dat je niet de geschiedenisboeken ingaat als die generaal die zich alleen maar over vrouwenzaken druk maakte’. Maar ik heb die rol nou eenmaal geaccepteerd. Want wat zou ik liever hebben? Dat mensen zeggen: ‘Ze heeft zich sterk gemaakt voor vijftig procent van de bevolking’ of ‘ze kon zo goed materieel kopen of ruimte voor Defensie regelen’? Dan weet ik het wel. Dat laatste is ook belangrijk natuurlijk, maar zo wil ik niet worden herinnerd. Dus voelde ik mij moreel verplicht, ook vanuit mijn rang, om iets voor vrouwen te betekenen.”
Een andere mijlpaal is de aanschaf van scherfvesten die beter passen op het vrouwenlichaam. Dit zorgt niet alleen voor meer comfort, maar ook voor veiligheid.
Hoe kan Defensie uw baanbrekende werk oppakken?
“Het allerbelangrijkste is dat we het been hebben bijgetrokken. Er zijn scherfvesten geregeld met een betere pasvorm voor vrouwen. Binnenkort geldt dat ook voor de rugzakken. Maar dit is corrigeren aan de achterkant. Nu is het zaak de voorkant goed te regelen. Dus nadenken voordat er nieuwe uitrusting wordt gekocht. One size fits all bestaat niet. Dat kun je meteen in de behoeftestelling meenemen.”
‘Zij hebben mij op het hart gedrukt dat het niet stopt’
Wie neemt uw voortrekkersrol over?
“Ik zal niet zeggen dat ik onbezorgd ben of alles vanzelf automatisch doorgaat. Maar ik weet dat er genoeg mensen begaan zijn met dit onderwerp, mannen en vrouwen. Zij hebben mij op het hart gedrukt dat het niet stopt, dat die voorwaartse beweging doorgaat.”
Tijdens een uitzending naar Afghanistan was Boekholt-O’Sullivan nauw betrokken bij de wederopbouw van de burgerluchtvaart.
In 2007-2008 was u in Afghanistan. Welke les uit uw uitzending neemt u mee in uw nieuwe functie?
“Daar was ik verantwoordelijk voor de wederopbouw van de civiele luchtvaart, dus ook het vliegveld in Kabul. Ik moest onderhandelen met de minister van Transport om dat vliegveld functioneel te krijgen. Deze Afghaan wilde echter geen zaken doen met vrouwen. Maar daar had ik iets op gevonden. Ik had een capabele onderofficier bij mij werken en hem heb ik gevraagd om namens mij te praten. En dat ging goed. Voor mij was het resultaat belangrijker dan mijn ego of wat dan ook. Het gaat om de opgave die er ligt.”
In haar laatste functie bij Defensie was Boekholt-O’Sullivan plaatsvervangend directeur Beleid. Hier was ze onder andere verantwoordelijk voor de nieuwbouwplannen en ruimtelijke uitbreiding van de krijgsmacht.
Oude liefde roest niet. Hoe groot is de kans dat u ooit terugkeert bij Defensie?
“Wie weet. In mijn ontslagpapieren staat dat ik van harte welkom ben om terug te komen. Maar laat ik me eerst eens op mijn nieuwe taak richten.”
‘Anderen een kans op een thuis geven’
Dan tot slot de klassieke vraag: wat gaat u het meest missen aan Defensie?
“Dat is simpel: de mensen. Burgers en militairen hebben zo’n enorme passie en willen beschermen wat ons dierbaar is. Militairen zijn zelfs bereid hun leven te geven voor de goede zaak. Dat kan altijd op mijn respect rekenen. Maar wanneer je gebeld wordt voor een taak zoals het ministerschap, dan pak ik mijn tas en jas, en zet die stap vooruit. De opdracht waar ik nu mee aan de slag ga, draait om wonen: zorgen dat mensen een thuis hebben. Bijna 32 jaar geleden gaf Defensie mij een thuis, een plek om te groeien. Nu is het mijn beurt om, vanuit een andere functie, anderen ook een kans op een thuis te geven.”