Sla over en ga naar de inhoud
Drie schepen op zee

Nieuwe koploper op het gebied van mijnenbestrijding 

7 min

kapitein Nico Schinkelshoek 

sergeant-majoor Hille Hillinga en archief Mediacentrum Defensie 

Marineschip ‘Vlissingen’ warm onthaald in Den Helder  

Het eerste gloednieuwe mijnenbestrijdingsvaartuig van de Koninklijke Marine ligt eindelijk aan een Nederlandse kade. Na een tocht vanuit de werf in het Franse Concarneau voer De ‘Vlissingen’ vandaag de marinehaven van Den Helder binnen. “Hier keken we maanden naar uit”, zegt commandant luitenant-ter-zee der 1e klasse Joris Egtberts. 

De Vlissingen is het nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuig van de Koninklijke Marine

De huidige vloot mijnenjagers is na zo’n veertig jaar trouwe dienst aan vervanging toe. Jaren geleden startte daarom het project ‘Vervanging Mijnenbestrijdingscapaciteit’. De Nederlandse en Belgische krijgsmachten schaffen in totaal twaalf van deze vaartuigen aan. Zes voor ieder land. Dat gebeurt onder leiding van de zuiderburen. Voor aankomst in Den Helder maakte de Vlissingen een tussenstop in het Belgische Zeebrugge. Daar werd het schip volgetankt, schoongemaakt en overgedragen aan het Commando Materieel en IT (COMMIT). 

De Vlissingen is vijf keer groter dan de voorganger 

Kapitein-ter-zee Lex van der Kraan is namens de materieelorganisatie verantwoordelijk voor het Nederlandse deel van deze enorme klus. De vaartuigen, met een lengte van ruim tachtig en een breedte van zeventien meter, zijn compleet anders dan hun voorgangers. “De huidige Alkmaarklasse-schepen passen qua tonnage ongeveer vijf keer in de nieuwe”, geeft hij het verschil in grootte aan. Een ontwikkeling die commandant Egtberts tevreden stemt. “Het voelt luxe. Zelf ben ik vrij lang, dus op de oude schepen kon ik op weinig plekken rechtop staan. Daar heb ik nu geen last meer van.” 

De Vlissingen tijdens de werkzaamheden in de Franse werf, eerder deze maand. Inmiddels ligt het mijnenbestrijdingsvaartuig in Nederland.

Geavanceerde wapensystemen 

Maar de grootte is lang niet het enige verschil. Zo is de Vlissingen, in tegenstelling tot de huidige schepen, onder meer voorzien van geavanceerde wapensystemen en een 3D-radar om het luchtbeeld in kaart te brengen. Verder beschikt het schip over een commandocentrale en heeft het straks netwerken om geïntegreerd in NAVO-verband te communiceren.  
 
Volgens Van der Kraan maakt de marine met dit type schip dan ook een ‘megasprong’ ten opzichte van de oude. “Wij kunnen ons nu veel beter verdedigen dan vroeger”, vult Egtberts aan. “Met de bewapening en sensoren zijn we nu vergelijkbaar met een patrouilleschip. Beeldopbouw, zelfverdediging, maar ook stafcapaciteit: dat kunnen wij straks allemaal in één keer leveren.” 

Mijnen nog springlevend 

Hoewel mijnen misschien klinken als een probleem uit de Tweede Wereldoorlog, is de bestrijding ervan zeker niet achterhaald. Dat zegt luitenant-ter-zee der 1e klasse Joris Egtberts, commandant van de Vlissingen. Los van de explosieven die nog in de Noordzee liggen, worden mijnen volgens Egtberts wereldwijd nog veelvuldig ingezet.  

“Het is een goedkoop wapen. Niet voor niets is de Zwarte Zee bij Oekraïne ermee volgegooid.” Bij een direct conflict met Rusland voorziet hij ook in Nederlandse wateren een grote(re) mijnendreiging. “Onze havens zijn van essentieel belang voor de aanvoer van materiaal voor de NAVO. Een willekeurig schip kan zoiets makkelijk overboord gooien.” 

Onbemande systemen 

De commandant beschrijft de aankomst van de Vlissingen in Nederland als ‘een startpunt van een omslag binnen de Mijnendienst’. Na de overstap van mijnenvegers naar mijnenjagers vier decennia terug, richt het nieuwe concept zich nu op werken met onbemande middelen. De belangrijkste verandering zit ‘m dan ook in de ‘toolbox’: een verzameling van onbemande systemen voor het detecteren, classificeren en identificeren van contacten op de zeebodem. “Lees: explosieven”, zegt projectleider Van der Kraan. “Zonder deze toolbox kan je geen mijnenbestrijdingsactiviteiten doen.” 

Nieuw schip is ‘drone-taxi’ 

“Het schip is eigenlijk een taxi met een basisbemanning, ontworpen om drones te lanceren”, vervolgt de kapitein-ter-zee. Die basisbemanning bestaat uit 33 personen. Zij zijn verantwoordelijk voor het varen en het beschermen van alle high tech systemen aan boord. Aanvullend is er ruimte voor opvarenden die de onbemande systemen bedienen, net als duikers. Afhankelijk van de inzetbehoeftes kan dat totaal oplopen tot 63. “Vergelijk het met een helikopter die aan boord van een fregat komt”, legt Van der Kraan uit. “Dat brengt een vliegploeg en onderhoudsteam met zich mee die toegevoegd worden aan de scheepsbemanning.” 

Met de komst van de nieuwe schepen verandert ook de werkwijze.

Verzameling drones 

Waar bestaat die verzameling drones dan uit? Om te beginnen een geavanceerd, onbemand oppervlakteschip (USV). Dit kleine bootje wordt te water gelaten vanaf het mijnenbestrijdingsvaartuig. Vanaf de USV kunnen weer andere drones ingezet worden om explosieven te detecteren (zoals de sonar ‘T18’) en identificeren (zoals de ‘Seascan’).  

De USV wordt te water gelaten vanaf het ‘moederplatform’, de Vlissingen.

Vindt dit samenspel van drones vervolgens een explosief, dan komt De ‘K-ster’ in beeld. Dit onderwatervoertuig (ROV) is speciaal ontworpen voor het vernietigen van onderwaterobjecten en is uitgerust met een krachtige lading en kantelbare camera. Ook zitten er op afstand bestuurbare, onbemande helikopters in de toolbox, genaamd Skeldars. Deze zijn onder meer geschikt voor het verzamelen van informatie. Deze drone dient bovendien als communicatiemiddel tussen het moederschip en de overige onbemande systemen op en onderwater. Al deze middelen worden naar verwachting begin maart in Den Helder geleverd. 

Vanaf het onbemande oppervlakteschip, de ‘Inspector’ (links), kan onder meer een ‘K-ster’ (rechts) ingezet worden om objecten te vernietigen.  

Mens uit de loop 

Het grote voordeel van deze deels onbemande manier van werken, is dat de mens zoveel mogelijk ‘uit de loop’ blijft. “Het moederplatform blijft buiten gevaarlijk gebied en gaat achter de onbemande systemen aan”, aldus Van der Kraan.  
 
Toch is werken zonder mensen (nog) niet altijd mogelijk. “Op de bodem van de Noordzee ligt bijvoorbeeld veel infrastructuur. Daarom onderzoeken we de mogelijkheden om met onbemande systemen explosieven te verplaatsen, zodat ze geen datakabel of gasleiding beschadigen bij de vernietiging van een explosief. Zeker in het begintijdperk van deze nieuwe schepen zullen we daarvoor nog gebruikmaken van duikers.”

De inhoud van de toolbox staat overigens niet vast. “De ontwikkelingen gaan heel snel. Er wordt nu al nagedacht over toolbox 2.0”, aldus de projectleider.   

Internationale interesse 

Mogelijk maken op termijn ook andere landen de overstap naar dit type mijnenbestrijdingsvaartuig. Zo kocht Frankrijk de scheepstekeningen al van België en Nederland. “Het is mooi als andere landen aanhaken met dezelfde systemen”, zegt Van der Kraan. “Dat maakt opleidingen, onderhoud, de uitwisseling van spullen en het opdoen van ervaringen makkelijker.” De brede internationale interesse is trouwens niet gek. “Met deze systemen lopen we voor op de rest van de wereld op het gebied van mijnenbestrijding.” 

De komende periode worden nog de laatste puntjes op de i gezet.

Maar voordat het zover is, gaat de Nederlandse marine eerst zelf aan de slag met de nieuwste aanwinst, die nog niet helemaal af is. COMMIT zet de puntjes op de i, voordat de Vlissingen ingezet kan worden voor operaties op zee. Egtberts: “Een schip is niet zoals een auto die je koopt en waarbij alles werkt. Pas als je het echt gaat gebruiken, kom je de kinderziektes tegen.”  
 
Er volgen onder meer tests om te kijken hoe het schip zich houdt in verschillende weersomstandigheden. Later dit jaar volgt de ceremonie waarbij het schip gedoopt wordt en COMMIT het aan de marine overdraagt. Vanaf dat moment heeft de Vlissingen ook het predicaat Zijner Majesteits (Zr.Ms.) 
 
In 2027 staat vervolgens de eerste operationele inzet van de Vlissingen op de planning. “We keken maanden naar dit moment in Den Helder uit”, zegt Egtberts. “Nu gaan we gewoon met elkaar aan de slag.” 

Langlopende samenwerking met zuiderburen 

De samenwerking tussen Nederland en België (ook wel BENESAM genoemd) op het gebied van mijnenbestrijding gaat ver terug. Sinds 1948 breidden de marines van beide landen hun samenwerking steeds verder uit. Naast gezamenlijk opleiden, trainen en onderhouden, opereren de marines samen en schaffen ze dus ook schepen aan.  

Wat betreft dat laatste: elk jaar ontvangt zowel de Belgische als de Nederlandse marine een nieuw vaartuig. Voor ons land staat de volgende eind dit jaar gepland. De laatste stroomt in 2030 in. 

Het Defensiejournaal nam onlangs een kijkje bij de werf in de Franse stad Concarneau. Daar werkt de Naval Group aan de bouw van de schepen. Benieuwd? Bekijk hieronder de beelden! 

aankomst vlissingen

De Belgische schepen zijn vernoemd naar belangrijke Belgische steden, evenredig verdeeld over het land. De namen van de Nederlandse schepen zijn gekozen om de historische en maritieme betekenis van hun havens te benadrukken.

Defensiekrant

Editie 07 | 2026