Evert Brouwer
sergeant-majoor Jan Dijkstra
Oefening voor opvang grote aantallen gewonden
Dagelijks honderden, misschien wel duizend gewonden en zieken die verzorging nodig hebben: daarop moeten de NAVO en partnerlanden zijn voorbereid tijdens een groot militair conflict. Casualty Move26 (CAMO26) is een oefening die ook ons land op zo’n scenario prepareert. Defensie deed deze week in Berlijn voor de vijfde keer op rij mee aan deze computergestuurde oefening. Met als primeur een zogenoemd National Response Cell in het Landelijk Crisis Centrum in Zeist.
In vijf dagen rolt er een scenario van enkele weken met grote gevechten aan de oostgrens van Europa. Onder de circa driehonderd militaire en civiele deelnemers zitten 25 Nederlandse militairen en burgerambtenaren. Het betreft een zogenoemde table top exercise, waarbij het grootste gedeelte van de oefening op de computer plaatsvindt. Dit keer in een hangaar op het militaire deel van de luchthaven van Berlijn. Het doel van Casualty Move26 : ‘we’, Europa en de NAVO, moeten intensief samenwerken om bij een grootschalige oorlog de lijnen internationaal en nationaal op elkaar af te stemmen, zowel civiel als militair.
Kolonel Wynand legt de deelnemers uit hoe de virtuele toestand in Europa eruit ziet. De zaal hoort toe.
‘We maken het de deelnemers steeds moeilijker’
Leercurve
De regie van CAMO26 is in handen van het zogenoemde Multinational Medical Coordination Centre – Europe (MMCC-E), opgericht in 2017 en sinds 2018 gevestigd in Koblenz (Duitsland). Kolonel-arts (landmacht) Wynand is daar de plaatsvervangend directeur voor de NAVO. Het betreft zijn derde CAMO. Dit keer is hij betrokken bij de oefenleiding. “We maken het de deelnemers de afgelopen jaren steeds moeilijker; er is nu weer meer diepgang dan eerdere edities”, legt hij uit.
“Net als voor de Nederlandse oefening wordt nu vooral gekeken naar de samenwerking tussen NAVO en de deelnemende landen, en tussen militaire en civiele instanties. De zorg voor gewonden kan Defensie immers niet alleen. De Nederlandse samenleving zal hieraan een bijdrage moeten leveren. Zoals bij de opvang van gewonden. Bovendien bestaat bij een grootschalig conflict de kans dat ook in Nederland tekorten zijn.”
Kapitein Terence zit geconcentreerd achter zijn bureau. Rechts: het embleem van de oefening.
Oplossingen vinden
Er zijn dan ook veel leermomenten voor de deelnemers. “De leercurve gaat bij een aantal landen snel omhoog”, constateert de kolonel-arts. De deelnemers krijgen te maken met steeds complexere scenario’s. Dat kan variëren van een tekort aan bloed tot een vliegveld, spoorbaan of haven die onbruikbaar is. “Ze moeten dan samenwerken met de andere landen om oplossingen te vinden. Het doel is: gewonden snel, veilig en zorgvuldig verplaatsen. Dit van het moment van verwonding tot aan specialistische zorg en uiteindelijk een veilige terugkeer naar het thuisland. Daarnaast is de oefening ook gericht op het werken met logistieke voorraden en het leren kennen van processen en communiceren met andere ministeries.”
Luitenant-kolonel Marcial werpt een blik op de werkzaamheden van de Duitse delegatie (links). Rechts: Italiaanse interesse voor de Zweedse inzet.
‘Mooi werk in deze toch bijzondere tijd’
Grote uitdagingen
Het zijn dan ook geen kleine uitdagingen die de deelnemers tijdens CAMO26 voor de kiezen krijgen. In de Nederlandse container is het al snel een bedrijvigheid van jewelste. Iedereen is aan het warmlopen.
De oefening is nog geen vijf minuten oud of de twee burgers, Michel (“maar ik ben wel reservist”) van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS) en Beele (ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VWS) zien een groot aantal aanvragen op hun beeldscherm voorbij trekken. “Roemenië zoekt plaats voor honderd patiënten, sommige met chronische ziekten. Andere zijn zo zwaargewond dat ze extra zorg nodig hebben”, zegt Michel richting collega Beele.
Beele valt onder de programmadirecteur Weerbare Zorg. Daar is sinds zes maanden ook een militaire liaison neergestreken: luitenant-kolonel Bernice. “Mooi werk in deze toch bijzondere tijd”, vinden beiden. Er zijn, zeker in het begin, toch wel wat Babylonische spraakverwarringen geweest tussen Defensie en VWS, bekent overste Bernice. “Er zijn afkortingen die hetzelfde zijn, maar wat anders betekenen, bijvoorbeeld. Dat moet je wel even duidelijk krijgen.” En Beele: “Het militaire jargon valt me nog mee, maar vooral het enorme aantal afkortingen was in het begin wel lastig.”
Links: Michel aan het werk in het Nederlandse verblijf. Rechts: luitenant-kolonel Albert-Jan wordt geflankeerd door een Roemeense arts en een Amerikaanse militair.
‘Het zijn reële scenario’s waarbij hele transportlijnen onbruikbaar zijn’
LOGFAS
Daar komt tijdens CAMO26 nog wel wat bij, zoals LOGFAS. Het NAVO-softwarepakket Logistics Functional Area Services speelt ook binnen het geneeskundige domein van de NAVO nu een steeds grotere rol. Op een enorme kaart zijn alle transportlijnen binnen het gebied in kaart gebracht, met daarbij alle mogelijke beperkingen.
Voor kapitein (luchtmacht) Terence, de logistiek specialist in het Nederlandse CAMO-team, is dit een prima toevoeging. “Tijdens CAMO25 konden we bij wijze van spreken naar de buren lopen en was dat op papier geregeld. Nu krijg ik heel reële scenario’s voor ogen waarbij bijvoorbeeld hele transportlijnen onbruikbaar zijn. Dan moeten we met z’n allen naar alternatieven zoeken om de gewonden te transporteren of medicijnen naar een punt te brengen.”
Commandant Defensie Ondersteuningscommando luitenant-generaal Jan-Willem Maas en commandant Defensie Gezondheidszorg Organisatie brigadegeneraal Diana Verweij in gesprek met Nederlandse deelnemers aan CAMO26 in Berlijn.
‘De Finnen zijn al heel ver als weerbare samenleving’
Weerbare samenleving
Het gaat er vanzelfsprekend om dat de landenteams tijdens CAMO26 zoveel mogelijk kennis en ervaring opdoen. Zogenoemde facilitators staan daarin bij, zoals luitenant-kolonel Albert-Jan. Hij is in het dagelijks leven werkzaam bij de Hoofddirectie Personeel, sectie gezondheidszorg in Den Haag. De overste begeleidt de Finse delegatie op CAMO26 en krijgt daarmee een fraai kijkje in de keuken van de jongste NAVO-partner.
“Heel interessant”, vindt hij. “De Finnen zijn van oudsher nationaal en internationaal al heel ver als weerbare samenleving. De lijnen tussen de civiele en militaire gezondheidszorg zijn heel erg kort. Dat zit in de maatschappij verweven. Ik help de Finnen dan wel met het oplossen van vraagstukken, maar ondertussen krijg ik een geweldig inzicht in hoe de Finnen werken. Daar kunnen andere landen en ook Nederland veel van leren. Daarvoor is deze CAMO een heel goed middel.”
De deelnemers aan CAMO26-NL in Zeist zitten bijeen. Centraal zit kolonel Jurgen.
Ook in Zeist
Leren, dat doen ook de deelnemers van CAMO26-NLD, een gelijktijdige oefening van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie bij het Landelijk Coördinatiecentrum in Zeist. Voor het eerst heeft ook ons land een National Response Cell, die ‘meespeelt’ en reageert op wat er in Berlijn gebeurt. “Het is nog geen lunchtijd en ik ben al geconfronteerd met een gaswolk boven Groningen, een uitbraak van een besmettelijk virus en een cyberaanval op DSM in Limburg”, roept Maaike, crisiscoördinator bij het ministerie van VWS.
Het gaat om een nu nog beperkt team van Defensie, van andere ministeries en hulporganisaties, onder leiding van kolonel Jurgen. Hij stond in 2020 aan de wieg van de CAMO-oefeningen. Zijn doel is om de noodzakelijke civiel-militaire samenwerking te versterken en daarmee de veerkracht van het gehele nationale gezondheidszorgsysteem te vergroten. Volgend jaar september, als CAMO27 op de agenda staat, moet er een uitgebreidere delegatie aan de oefening deelnemen.