Sla over en ga naar de inhoud
Een marechaussee in burger met een KMar-vest aan.

Als het erop aankomt

Michael Simon

sergeant Gregory Fréni 

“De as zat nog in sommige geroofde urnen” 

Hoe handel je als marechaussee in het heetst van de strijd? In deze rubriek vertellen collega’s over een bijzonder moment tijdens de dienst. Een moment waarbij het er echt op aankomt. 

“Het is nooit saai in het zuiden”, aldus opperwachtmeester Stephan. Samen met zeventien Nederlandse en Duitse collega’s vormt hij het Grensoverschrijdend Politie Team Kaldenkirchen-Venlo. Van mensen- en drugssmokkel tot aan ondermijning en identiteitsfraude.  “We maken wat mee hier”, vult zijn collega wachtmeester de eerste klasse Rob aan. Maar wat ze zaterdag 7 maart aantreffen in een kofferbak, zorgt voor een casus die hen altijd zal bijblijven. “Je verbaast je wel eens, je bent soms geschokt of verrast, maar nu voelden we pure verontwaardiging. Dat gebeurt niet vaak.”  

Grensoverschrijdend Politieteam 

Het Grensoverschrijdend Politie Team (GPT) Kaldenkirchen – Venlo, is een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Marechaussee Limburg, Nationale Politie eenheid Limburg, Bundespolizeirevier Kempen en de Landespolizei Nordrhein Westfalen.

Er bestaan vijf GPT’s; in Zevenaar, Bad Bentheim, Bad Nieuweschans, Beek (Limburg) en Venlo. Zij maken gebruik van elkaars bevoegdheden, informatie en mogen optreden in het buurland. Zo zijn er geen grenzen meer en kunnen zij effectief de grensoverschrijdende criminaliteit bestrijden.  

Binnen het Grensoverschrijdend Politie Team werkt de Koninklijke Marechaussee samen met de Nationale Politie, de Bundespolizei en de Landespolizei.

Hoe begon deze dag voor jullie? 

Stephan: “Wij voerden een reguliere grenscontrole uit, dan zit je meestal met z’n tweeën in een auto. Bij voorkeur een binationale patrouille, ofwel een Nederlandse en een Duitse collega. Zo kan en mag je aan beide kanten van de grens optreden. Door omstandigheden zat ik nu met een Nederlandse collega van de Nationale Politie in een auto. We reden in Duitsland en zagen een Volkswagen met Duits kenteken die we wilden controleren. Omdat we met twee Nederlanders waren, moesten we wachten tot de auto de grens overstak.” 

Waarom was deze auto verdacht? 

Stephan: “Het was een oude, afgetrapte auto. Aan het Duitse kenteken zagen we dat hij niet uit de buurt kwam, maar het belangrijkste was dat hij zó laag bij de grond hing dat hij duidelijk overbeladen was. Ook hadden we in het voorbijrijden gezien dat de achterbank naar voren was geklapt en dat er een deken slordig over een berg spullen was gelegd.” 

Omdat we met twee Nederlandse collega’s waren, moesten we wachten tot de auto de grens had gepasseerd.

Toen de auto de grens overstak hebben jullie ‘m langs de kant gezet? 

Stephan: “Ja en Rob stond al samen met een Duitse collega aan de Nederlandse kant te wachten. Dus toen we de grens bij Venlo over waren hebben we de auto meegenomen. Er zaten twee mannen in die geen Nederlands spraken. Wij vroegen hen om hun identiteitsdocumenten. Die hadden ze niet, wat ons de gelegenheid bood het voertuig te doorzoeken. Zo konden we de spullen onder de deken achterin de auto controleren.” 

Wat troffen jullie aan? 

Rob: “Grote tassen met op het eerste gezicht veel oud metaal. Ik dacht aan spullen van een kerk omdat er kruizen op stonden. Ook de kleur was veelal koperachtig. Maar toen ik goed keek, zag ik ook urnen en kaarsenhouders die je op graven vindt. Toen werd de situatie opeens een stuk verdachter. Onze Duitse collega kon in hun eigen systemen zien dat er melding gemaakt was van grafschending op een begraafplaats. Honderdvijftig graven waren vernield en ornamenten en urnen waren buitgemaakt. De regio waar dat had plaatsgevonden, was dezelfde als waar de auto vandaan kwam die we aan het controleren waren.  Wat dat betreft was dit een mooi voorbeeld van hoe de internationale samenwerking veel voordeel oplevert.” 

In de auto troffen de marechaussees 300 kilo aan ornamenten en urnen, afkomstig van een grafroof. Sommige urnen bevatten nog as.

Wat verklaarden de mannen? 

Stephan: “In eerste instantie dat ze de spullen hadden gekocht van iemand op een treinstation in de buurt. Maar het ging om driehonderd kilo aan materiaal, dus dat verhaal hield niet echt stand. Eén van de twee mannen was nog best jong en ik zag in zijn ogen dat hij wist dat het niet best was wat ze gedaan hadden. Respectloos, om het nog maar zacht uit te drukken. Het was overduidelijk dat ze de spullen naar Nederland wilden brengen om te verkopen bij een oud ijzerhandel. Gemiddeld krijg je zo’n twaalf euro per kilo en dit was driehonderd kilo. Dus reken maar uit.” 

Jullie hebben de mannen aangehouden? 

Stephan: “Nou, dat was nog niet zo eenvoudig. De spullen waren geroofd in Duitsland. Als wij die in beslag zouden nemen en de mannen zouden aanhouden, dan zou er een enorme administratieve rompslomp volgen. Enerzijds om hen uit te leveren aan Duitsland, maar ook met het invullen allerlei officiële verzoeken voor het overdragen van de spullen. Dan ben je snel een flink aantal maanden verder. Dat is natuurlijk ontzettend vervelend voor de nabestaanden. Uiteindelijk hebben de Duitse autoriteiten het onderzoek daarom gedraaid.”   

Door in binationale duo’s te werken mag en kan het GPT aan  beide kanten van de grens optreden.

Hoe liep dit verhaal af? 

Rob: “In Nederland en ook in de internationale pers heeft deze zaak best wat aandacht gekregen, maar vooral in Duitsland was het groot nieuws. Daar werden ook de nabestaanden geïnterviewd, die hevig ontdaan en geëmotioneerd waren. Let wel: sommige urnen zaten nog gewoon vol. Hun dierbaren waren dus als het ware geroofd. Het was een groot schandaal. En zo hebben wij het ook ervaren. We maken hier in het zuiden best wat mee, maar dit zorgde ook bij ons voor behoorlijk wat verontwaardiging.” 

Stephan: “De hoeveelheid, driehonderd kilo, maar vooral daarbij opgeteld de brutaliteit en het gebrek aan respect; ik heb een casus als deze in al die jaren nog niet meegemaakt en ik denk ook niet dat er snel weer een gelijksoortig voorval zal plaatsvinden. Wat ik wel weet, is dat ik me dit tot het einde van m’n carrière en waarschijnlijk ook lang daarna nog zal herinneren.” 

KMarMagazine

Editie 04 | 2026