Sla over en ga naar de inhoud

Sneller aanpassen is de nieuwe kracht

KAP Max van de Pol 

Heidie Mulder-Stoffer, SGT Gregory Fréni, Rob Gieling 

Task Force Drones brengt landmacht in beweging 

De oorlog in Oekraïne laat er geen twijfel over bestaan: het gevecht is fundamenteel veranderd. Drones domineren het slagveld en dwingen krijgsmachten wereldwijd tot aanpassing. Voor de landmacht was dat reden om in april 2025 de Task Force Drones op te richten. Brigadegeneraal Joland Dubbeldam kreeg de opdracht om de organisatie versneld klaar te maken voor deze nieuwe realiteit. Vorige week was de Dronedag, waarbij de landmacht bekendmaakte maximaal in te zetten op drones.

“Als je kijkt naar Oekraïne en je vergelijkt dat met onze eigen landmacht, dan zie je dat we werk te verrichten hebben”, vertelt generaal Dubbeldam. “Dat was eigenlijk de aanleiding. Er zat een mismatch tussen hoe het gevecht daar gevoerd wordt en hoe wij waren ingericht.” 

Een Martlet-drone in flight.

Het gaat niet alleen om gevechtskracht

Die constatering leidde tot een duidelijke opdracht: bescherm eigen troepen tegen vijandelijke drones en vergroot tegelijkertijd de gevechtskracht door zelf drones in te zetten. Geen kleine opgave, want het raakt vrijwel elke functie binnen de landmacht. “Het gaat niet alleen om gevechtskracht”, benadrukt Dubbeldam. “Het gaat net zo goed over logistiek, gewondenafvoer, geniecapaciteit. Eigenlijk alles.”  

Van losse initiatieven naar één geheel 

Wat hem in de eerste weken vooral opviel, was hoeveel er al gebeurde. Door de hele organisatie heen bleken militairen zelf al te experimenteren met drones. “Dat was echt een verrassing. Er was al ontzettend veel initiatief, maar het was allemaal bottom-up en zonder samenhang. Iedereen was zelf aan het uitvinden wat werkte.” 

Veel drone-innovatie ontstaat vanuit de eenheden zelf en wordt nu samengebracht in één gezamenlijke aanpak. 

Die energie vormde de basis voor de volgende stap. In plaats van opnieuw te beginnen, koos de Task Force Drones ervoor om bestaande kennis te bundelen en te structureren. “We hebben mensen bij elkaar gezet en gevraagd: wat werkt, wat niet en wat moeten we nu echt gaan doen? Uiteindelijk is dit plan voor een groot deel met input vanuit de eenheden zelf bedacht.” 

Een dodelijk én transparant gevechtsveld 

De urgentie was daarbij voortdurend voelbaar. In Oekraïne blijkt inmiddels dat drones een groot deel van de verliezen veroorzaken. “Zo’n 70 tot 80 procent van de slachtoffers valt door drones”, zegt Dubbeldam. “En dan vooral door relatief kleine systemen in de eerste 20 tot 30 kilometer van het front. Dat noemen wij de zogeheten death zone.” 

Als infanterist op de grond is het tegenwoordig ook raadzaam om omhoog te kijken. Een drone heeft hier oogjes op de loopgraaf. De militairen zien het met argusogen aan. 

Je weet continu wat de tegenstander doet 

Die ontwikkeling maakt het gevechtsveld niet alleen gevaarlijker, maar ook transparanter. Waar militairen vroeger nog konden vertrouwen op dekking en verrassing, is dat nu veel moeilijker. “Eigenlijk weet je continu wat de tegenstander doet. Maar zij weten dat ook van jou”, legt hij uit. “Dat betekent dat je anders moet gaan opereren. Je kunt minder makkelijk concentreren en minder makkelijk verplaatsen zonder gezien te worden.” 

Meer zien 

Tegelijkertijd bieden drones ook nieuwe mogelijkheden. Ze vergroten het zicht en maken het mogelijk om sneller en gerichter op te treden. “Waar een infanteriepeloton vroeger alleen kon zien wat het zelf kon waarnemen, kun je nu met een drone ver vooruitkijken. Achter een bosrand, in een gebouw. Dat verandert alles.” 

Een Martlet-drone met een goede camera kan een waardevolle bijdrage leveren aan het verkrijgen van een betere situational awareness.

Het gevecht verschuift daarmee steeds meer. “Als je het gevecht op afstand kunt voeren in plaats van in de loopgraaf, dan is dat natuurlijk beter”, zegt Dubbeldam. “Je brengt je sensoren en je effectoren naar voren, zonder dat je je mensen daar fysiek hoeft te hebben.” 

Eerst overleven, dan winnen 

Toch begint alles bij overleven. “Als je niet overleeft, kun je ook niet vechten”, stelt de commandant van de Task Force Drones nuchter. De eerste prioriteit ligt daarom bij bescherming tegen vijandelijke drones. Pas daarna komt de offensieve inzet. “Eerst zorg je dat je niet gezien wordt, dan dat je niet geraakt wordt en uiteindelijk dat je kunt blijven vechten. Daarna ga je zelf het initiatief nemen.” 

Dat laatste is cruciaal. Volgens Dubbeldam vraagt het drone-domein om een offensieve mindset. “Je wilt die tegenstander voor zijn. Niet wachten tot die drone in de lucht hangt, maar kijken hoe je het vijandelijke systeem eerder kunt aangrijpen. Voorkomen is beter dan genezen.” 

Het drone-domein vraagt om een offensieve mindset

Versterking van bestaande slagkracht 

De invoering van drones binnen de landmacht gebeurt gefaseerd, maar wel op alle niveaus. Van de individuele militair tot op brigadeniveau krijgen eenheden te maken met nieuwe middelen en werkwijzen. “Iedereen krijgt ermee te maken”, zegt Dubbeldam. “Maar het blijft geïntegreerd met wat we al doen. Het is niet dat drones alles vervangen. Ze versterken wat er al is.” 

Een drone-eenheid heeft in het oefenterrein een bunker ingegraven en ingericht. Vooral in de verdediging wil je je eigen troepen het liefste onder de grond hebben. Het gevecht met drones kan van daaruit prima gevoerd worden.

Een drone is soms maar 6 weken effectief 

Wat misschien nog wel het meest verandert, is het tempo. Waar traditioneel materieel jarenlang meegaat, is dat bij drones totaal anders. “Een drone is soms maar 6 weken effectief”, zegt hij. “Daarna heeft de tegenstander iets bedacht en moet jij weer aanpassen.” 
Die dynamiek dwingt tot een andere manier van werken. Innovatie moet dichter bij de eenheid komen te liggen, en samenwerking met industrie en kennisinstellingen wordt belangrijker. “Je kunt niet meer denken in termen van: we kopen iets en dat gebruiken we 20 jaar. Je moet continu blijven ontwikkelen.” 

Samenwerken in een ecosysteem 

Daarom zet Defensie in op een ecosysteem waarin militaire eenheden, bedrijven en kennisinstituten samenwerken. Niet om grote voorraden aan te leggen, maar om snel te kunnen aanpassen en opschalen wanneer dat nodig is. “Het heeft geen zin om enorme voorraden aan te leggen als die na een paar weken verouderd zijn. Je moet zorgen dat je kunt blijven produceren en verbeteren.” 

Op 1 april is een belangrijke mijlpaal bereikt met de oprichting van de eerste eenheden. Ongeveer de helft van de meer dan 1.200 functies wordt opengesteld binnen de gevechtseenheden. Volgens Dubbeldam is dat nog maar het begin. “Zie het als het leggen van de eerste steen. Het fundament ligt er, maar het huis is nog niet af.” 

Samenwerking met de Nederlandse industrie is essentieel voor het snel ontwikkelen en aanpassen van drones binnen de landmacht.

Dit is nog maar het begin 

De komende jaren staan in het teken van verdere uitbouw en integratie binnen de hele landmacht. Tegelijkertijd blijft het leren centraal staan. Want in een snel veranderend gevecht is stilstand geen optie. 

Een andere mindset 

“Je kunt niet meer denken dat dit de komende 10 jaar hetzelfde blijft”, zegt Dubbeldam. “Je moet continu willen leren en veranderen. Dat is misschien wel de grootste uitdaging.” 

En misschien ook wel de belangrijkste boodschap. Niet alleen voor specialisten, maar voor iedere militair. “Ik gun iedereen dat besef”, voegt hij toe. “Dat je je afvraagt: wat betekent dit voor mijn werk en hoe kan ik beter worden? Uiteindelijk draait het om 2 dingen: aanpassen en winnen.” 

Landmacht

Editie 03 | 2026