Column C-LAS
“Oekraïense soldaten omschrijven het gevecht met drones als ‘het gevoel dat er op hen wordt gejaagd’. De vijand weet continu waar ze zijn en schakelt militairen razendsnel uit. De spanning die de Oekraïners voelen, stopt niet zomaar. Eenmaal thuis kan een simpel geluid hen in één keer terugbrengen naar het front. Het geluid van een grasmaaier bijvoorbeeld, of van een insect. Drones bepalen de mindset van militairen én de manier waarop zij vechten.
Eén ding is duidelijk: wij moeten de drone-space domineren.
Toen ik 2 jaar geleden als commandant van de landmacht begon, zag ik al veel goede initiatieven op het gebied van drones binnen onze eenheden. Maar ik merkte ook op dat we deze initiatieven moesten stroomlijnen, zodat we onze bescherming op orde hebben en kunnen overleven op het gevechtsveld. Daarom richtte de landmacht een jaar geleden de Task Force Drones op. De opdracht: zorgen dat de landmacht kan vechten met én tegen drones.
Vorige week organiseerden wij de Dronedag. Hier kwamen landmachteenheden en partners samen: industrie, kennisinstellingen en al die anderen die ons vooruit helpen. Samen zagen we hoe de landmacht dronecapaciteiten symbolisch toevoegde aan de eenheden. Symbolisch, omdat we nog niet genoeg capaciteit hebben om op de schaal te opereren die nodig is. Maar we zijn wel begonnen! Uiteindelijk heeft elke landmachteenheid zijn eigen dronespecialisten. En begrijpt elke militair wat het betekent om met én tegen drones te vechten.
Zijn de dreigingen nu opgelost? Nee. Maar we hebben wel een belangrijke stap gezet.
We moeten er alles aan doen om voorop te lopen en snel de randvoorwaarden te regelen. Al voelt dat soms niet zo wanneer je bij een gevechtseenheid zit en de beelden uit Oekraïne ziet. Onze militairen krijgen de kennis, middelen en opleidingen om het gevecht aan te gaan. Ongeacht hoe het slagveld eruitziet. Ongeacht waar, wanneer of hoe het gevecht plaatsvindt.
Ik ben trots op de stappen die we zetten. Die stappen zag ik vorige week, en zie ik elke dag. De toewijding van onze mensen is groot. Dat zijn we onszelf, onze eenheden en de samenleving ook verplicht.
Slimmer vechten betekent voortdurend aanpassen en beter worden. En daar hebben we iedereen bij nodig: de industrie, het bedrijfsleven, de hele samenleving. Defensie heeft de kennis van buiten keihard nodig om voorbereid te zijn op een grootschalig conflict. Samen zetten we de stappen die nodig zijn voor de verdediging van onze veiligheid en onze vrijheid.”
Luitenant-generaal Jan Swillens
Commandant Landstrijdkrachten