KAP Riemer Witteveen
SGT Gregory Fréni
43 Gemechaniseerde Brigade bereidt zich voor op Litouwen
3 Scania’s denderen door Noors, winters terrein. De motoren brullen en chauffeurs en bijrijders zijn blij met hun gordel. Het dooit, maar er ligt nog altijd een flink pak sneeuw. Rotsen en andere obstakels zijn onzichtbaar en precies daar ligt een les voor de bestuurders. Waar kun je wél rijden, waar niet, en waar moet er nog een flinke dot gas bij.
Hier in Rena bereidt de Charlie-compagnie van 44 Pantserinfanteriebataljon zich voor op de uitzending naar Litouwen, volgend jaar. Niet alleen voor de bestuurders van de aanwezige Scania’s, CV90’s en Fenneks, ook voor de uitgestegen troepen biedt het terrein nieuwe uitdagingen. De bivakzak en poncho geven niet genoeg bescherming tegen de elementen, meer lagen kleding zijn vereist en ook verplaatsen is anders met grote overschoenen.
3 Scania’s oefenen met verplaatsen. “Ik wil nog wel een rondje!”, aldus chauffeur korporaal-1 Daan.
Alle lof voor… de Noren
2 weken lang oefent de compagnie nieuwe skills en drills. Een week voor hun aankomst brengt een groep Noren de Nederlandse trainers naar een hoger niveau, zodat ze zelf de training kunnen geven. Iedereen in Rena, van soldaat tot kapitein, spreekt vol lof over de gastheren. Hun kennis over het terrein, intensieve buddychecks, kledingprotocollen en ondersteuning is van grote waarde.
Ook sergeant-1 Timo is goed te spreken over de samenwerking: “De Noren hebben superveel kennis. Het is hetzelfde slag volk als wij, en het was meteen een goed huwelijk. We hebben geleerd het terrein te lezen. Zij weten namelijk veel beter wat er onder de sneeuw ligt. Maar we kregen ook lessen in onderhoud, bivak, vuur maken en contactdrills. We hebben veel te doen in korte tijd.”
Sergeant-1 Timo geeft bij de Scania’s instructie over het repareren van een sneeuwketting.
Die Noorse manier werkt!
Een week voor kennisoverdracht is veel te kort, vindt de aanvoerder van het Noorse team, sergeant-1 Jørgen. “We hadden daarin geen keuze, maar hebben er het beste van gemaakt. Gelukkig valt er goed afspraken te maken met de Nederlanders. We werken, communiceren en regelen dingen op dezelfde manier, en daardoor gaat het erg soepel. Tijdens de oefening laten we de Nederlanders hun ding doen. We kijken op een afstandje mee en komen pas in actie als ze daarom vragen.”
Sergeant-1 Øien kijkt toe hoe de CV90’s door het lastige terrein manoeuvreren. “Een CV90 stond vast voor een helling en gleed steeds terug”, vertelt de sergeant. “De Nederlandse manier is dan om gewoon extra gas te geven. Dat werkt hier niet. Ik vertelde ze dat ze eerst heen en weer moesten rijden om tracks te graven met de rupsbanden. Daarna kwam de CV90 zonder problemen omhoog. ‘Hé, die Noorse manier werkt!’, zeiden ze toen. Ja, daarvoor ben je nu in Noorwegen.”
Sergeanten Øien (L) en Jørgen (R) houden een oogje in het zeil tijdens Winter Bison.
Wie heeft de grootste
In het bos ruikt het naar rook. Kleine groepjes zijn bezig met het bouwen van een onderkomen en een vuurtje. 2 teams houden elkaar nauwlettend in de gaten. Het zweet gutst van hun voorhoofden en in hun T-shirt zwoegen ze om hun vlammen hoger te laten komen dan bij de buren. Een klassieker: wie heeft de grootste?
Even verderop zijn de jassen nog aan. Plava-groepscommandant van de mortiergroep, sergeant Patrick, spoort zijn Mikey’s aan. Ze hebben het nodig. Het nauwelijks smeulende hoopje hout belooft weinig goeds. Een paar jonge gasten is nog maar enkele maanden aangesloten, rechtstreeks vanuit hun opleiding.
Het geeft een bijzonder sfeertje in het clubje van 7. Patrick kijkt om zich heen. “Ik heb een hecht team nodig, omdat de mortiergroep van nature wat afgezonderd is. Maar, zegt hij, en hij knikt naar de 6 mannen die inmiddels een bescheiden vuurtje gaande hebben, “hier valt wel wat van te maken”.
Sergeant Patrick (met muts) kijkt toe bij de Mikey’s. Nieuweling soldaat-2 Nathan (met bril): “We moeten even aan elkaar wennen, maar kunnen ook al hard lachen samen.”
Loopgraven
Met kleren die nog naar rook ruiken, gaan de manschappen de volgende dag de loopgraven in. Voorafgaand aan de oefening geeft sergeant Xander uitleg. Hij is een natuurlijk leider; hij praat rustig en op laag volume. Iedereen aandachtig; ze vergeten even dat het best koud begint te worden. 4 paxen geven een demo en kort daarop verspreiden kleine groepjes zich over de loopgraven om te oefenen.
Xander vertelt: “Het vetste is dat we een keer niet in Duitsland of Oost-Europa zijn. Hier komen we heel andere facetten tegen; bergachtig terrein, sneeuw en uitdagende omgeving. Dat maakt het een mooie oefening. Ze kunnen hier in de loopgraven maximaal vuren en die knallen vindt iedereen ook prachtig.”
Sergeant Xander geeft uitleg aan zijn collega’ s over het verplaatsen in een loopgraaf. Daarna brengen ze het geleerde meteen in de praktijk.
Snel en accuraat richten
Een eindje verderop laten de ‘Mikey’s’ de loopgraven voor wat ze zijn. Ze staan naast hun 3 Fenneks in de sneeuw. Instructies worden geroepen als 2 teams hun mortierstuk richten op het oefendoel. “Richting 52, 17. Elevatie 1088!” Wie het snelst en meest accuraat kan richten; beste van 3. Soldaat-2 Pepijn is de sjaak. Zijn team verliest nipt en hij mag naast de Fennek een reeks squats doen.
“We oefenen ook met snelheid en dat is nu erg lastig,” vertelt de soldaat even later. “Door de nachtvorst is het lastig het mortierstuk goed in te graven. Deze sneeuw is nu erg hard.” Dat ze door deze oefeningen niet oefenen in de loopgraaf vindt Pepijn niet erg. “Ik zit hier wel prima in de Fennek. In de winter de kachel aan, ’s zomers de airco, haha!”