Sla over en ga naar de inhoud
Een militair met een groot geweer in het bos.

KL in 't kort

KAP Jaap Wolting

SGT Wessel Zuijderduin, SM Aaron Zwaal, Phil Nijhuis, Hans Roggen, archief Mediacentrum Defensie e.a.

JISTARC verkent Frans landschap en luchtruim met NAVO-partners 

12.500 militairen uit diverse landen beoefenden tussen 14 en 30 april in Frankrijk het gevecht in het hoogste geweldsspectrum. Dat deden ze tijdens NAVO-oefening Orion 26 onder leiding van het Rapid Reaction Corps France. Namens de landmacht nam het Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando (JISTARC) met 155 militairen deel. 

Als deel van een divisie kregen 104 Joint Verkenningseskadron (104JVE) en 107 Aerial Systems Batterij (107ASBt) de kans om inlichtingenoperaties te verbeteren. Het combineren van deze eenheden zorgt voor een effectiever optreden in het diepe gevecht.  

Het Franse landschap bood een unieke mogelijkheid grote gevechtsscenario’s realistisch te trainen. Zo kon 107ASBt veel meer kilometers afleggen in het luchtruim. Ook oefenden ze met relayeren: het plaatsen van een tweede grondstation in de diepte om het vliegbereik van de drones te vergroten. De verkenners van 104JVE waren tijdens de oefening 12 dagen zelfvoorzienend. Dit terwijl de Fenneks, de verkenningsvoertuigen waarmee zij optreden, hier op papier voor 5 dagen voor ingericht zijn.  

Volgens hoofd van de oefening majoor Tom was de samenwerking met verschillende landen erg leerzaam. “We hebben al lang niet aan zo’n grote oefening mee gedaan. We zijn tegen wat uitdagingen aangelopen, maar leren ook van de verschillende procedures. De evaluaties na de oefening gaan veel inzichten brengen.”  

De andere landen die verder aan de oefening meededen zijn België, Griekenland, Italië, Luxemburg, Polen, Roemenië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Tsjechië en natuurlijk Frankrijk.  

Nederland en Zuid-Korea slaan de handen ineen 

Meer kennisdeling en deelname aan oefeningen en trainingen. Maar ook een samenwerking gericht op de ontwikkeling van logistieke oplossingen voor transport en voorraden. In een intentieverklaring zegden de Zuid-Koreaanse krijgsmacht en Nederland eind april toe nauwer samen te gaan werken. 

Beide landen kenmerken zich door de strategische ligging. Wanneer er een conflict uitbreekt, fungeren zowel Nederland als Zuid-Korea in eigen regio een belangrijke hub voor personeel en materieel. Dit gebeurt in het kader van Host Nation Support. Alle reden om kennis en ervaring met elkaar te delen op het gebied van logistiek. 

Wie het gevecht langer wil volhouden, kan niet leunen op de krijgsmacht alleen. Daarin is een goede samenwerking met civiele partijen van cruciaal belang. Ook hier heeft Zuid-Korea veel ervaring. Op innovatieve wijze werkt de Zuid-Koreaanse Defensieorganisatie samen met logistieke partners van de Korea Defense Transportation Association. Daarom bracht een Nederlandse delegatie onder meer een bezoek aan de grootste haven van het land, maar ook aan 2 voertuigfabrikanten. Deze bedrijven maken niet alleen civiele, maar ook militaire en dual use-voertuigen. Die laatste zijn zowel civiel als militair in te zetten. 

Zuid-Korea ligt in de Indo-Pacific, het gebied dat de Indische en de Stille Oceaan omvat. Dit is een belangrijke regio voor de wereldhandel, maar ook een regio waar sprake is van toenemende spanningen. Deze spanningen raken ook Europa. Dat maakt dat Nederland en de EU een betrouwbare partner willen zijn voor landen in dit gebied.  

‘Droogteprotocol’ opnieuw onder de loep 

De recente brand op het militaire terrein bij ’t Harde is reden voor Defensie om de protocollen rond training in droge periodes opnieuw te bekijken. De Koninklijke Marechaussee onderzoekt de oorzaak van de brand en of deze mogelijk is ontstaan tijdens een militaire oefening. 

De veiligheidssituatie in de wereld vraagt om een sterke en goed getrainde krijgsmacht. Oefenen is daarvoor essentieel. Tegelijkertijd moet dat altijd veilig gebeuren – voor mensen, natuur en omgeving. Defensie oefent volgens strikte protocollen en er zijn aanvullende maatregelen bij verhoogd risico zoals droogte. Er wordt onderzocht of alle protocollen correct zijn toegepast en of aanscherping nodig is gezien veranderende omstandigheden zoals langdurige droogte. Zodra er meer duidelijkheid is over de oorzaak en de toepassing van de regels, worden verdere conclusies getrokken. 

Toekomstige leiders ontvangen felbegeerd diploma 

Tijdens de traditionele Bullenparade ontvingen 196 nieuwe officieren van de landmacht, luchtmacht en marechaussee  hun diploma van de Koninklijke Militaire Academie (KMA). Dat gebeurde op 24 april in het Kasteel van Breda. 

“De wereld waarin jullie als officier stappen, is er één die weinig ruime laat voor vrijblijvendheid”, aldus KMA-commandant kolonel Frank Rippens, die de diploma’s uitreikte. “Van de oorlog in Oekraïne, tot oorlog en escalatie in het Midden-Oosten en ontwikkelingen in de Indo-Pacific; de realiteit is dat veiligheid niet vanzelfsprekend is. Die realiteit vraagt iets van ons.” 

Het vraagt van de nieuwe officieren vooral leiderschap, zo voegde de kolonel eraan toe. Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Jan Swillens sloot zich hierbij aan: “Leiderschap is allesbepalend in ons werk.” De KMA leidt al bijna 200 jaar officieren op voor de Nederlandse krijgsmacht. Sinds 2005 maakt de academie onderdeel uit van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA). 

Oekraïense drones uit Limburg in zicht 

VDL Defentec in Born gaat Oekraïense drones produceren, een Baton en een K4. Nederland doneert deze aan Oekraïne. Het bedrijf in Zuid-Limburg en het Oekraïense GreentechHarvest legden de productie van beide typen drones schriftelijk vast. Dat gebeurde onlangs in de Nieuwe Kerk in Middelburg, tijdens een bezoek van de Oekraïense president Zelensky aan Nederland. 

Nederland heeft ruim € 135 miljoen vrijgemaakt voor het droneproject. Naar verwachting gaat de productie nog dit jaar van start. Minister-president Rob Jetten was bij de ondertekening aanwezig. Hij noemde de drone meer dan een stukje technologie. “Het is een tastbaar symbool van vertrouwen en gezamenlijke kracht. Het dient als herinnering dat het luchtruim boven Oekraïne bewaakt, beschermd en verdedigd wordt door de gezamenlijke expertise van onze landen.” 

Eind vorig jaar ondertekende Nederland al een overeenkomst met Oekraïne voor de gezamenlijke productie van drones. Het contract dat gisteren is bekrachtigd vormt de eerste uitwerking daarvan. Het betreft afspraken over de overdracht van technologie, toegang tot intellectueel eigendom en gezamenlijke productie. 

Met deze samenwerking draagt Nederland bij aan het opschalen van de productiecapaciteit van bewezen effectieve systemen voor de Oekraïense strijdkrachten. Daarmee ondersteunt Nederland de Oekraïense defensie-industrie. Tegelijkertijd versterkt het de Nederlandse industrie en biedt het kansen voor de Nederlandse krijgsmacht. 

Defensie bouwt eigen cloud  

Defensie gaat met de Nederlandse bedrijven KPN en Thales een cloud bouwen voor staatsgeheime gegevens. Omdat Defensie minder afhankelijk wil zijn van de Verenigde Staten werkt de militaire organisatie samen met Nederlandse bedrijven. De geheime cloud draait in het eigen datacenter. Zo blijft Nederland zelf de baas over de gegevens. 

Defensie gebruikt meerdere clouds naast elkaar en kiest per situatie welke het beste past. De staatsgeheime cloud past in dat plan. Door daarop als proef 2 militaire toepassingen te testen, kijkt de organisatie hoe de cloud in de praktijk werkt. 

Een goede digitale omgeving maakt de krijgsmacht sterker. Wie snel de juiste informatie deelt en nieuwe technologie gebruikt, heeft een voorsprong op de vijand. De oorlog in Oekraïne laat dat zien. Daar bleef de digitale infrastructuur werken omdat het leger snel overstapte naar de cloud, zelfs na fysieke schade aan gebouwen en systemen.

Nederland bouwt in rap tempo verder aan de krijgsmacht 

Het defensiebudget groeit deze kabinetsperiode naar 2,8% van het bruto binnenlands product, op weg naar 3,5% in 2035. Daarmee is het mogelijk te bouwen aan een toekomstbestendige krijgsmacht. De bewindslieden van Defensie informeerden de Tweede Kamer eind april over wat ze deze kabinetsperiode willen gaan doen.  

Nederland staat voor grote veiligheidsuitdagingen. Dat komt vooral door de aanhoudende Russische agressie en een steeds assertiever China. Dit werd in april nog onderschreven in het jaarverslag van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Daarnaast is er onrust in het Caribisch gebied en zijn er conflicten in het Midden-Oosten. Dagelijks heeft ons Koninkrijk te maken met cyberaanvallen, spionage en desinformatiecampagnes. Die zijn er op gericht om de samenleving te ontwrichten. 

Nederland moet in staat zijn om met de bondgenoten het eigen en NAVO-verdragsgebied te verdedigen en potentiële tegenstanders af te schrikken. Daarbij blijft Nederland Oekraïne onverminderd steunen. Ook is het belangrijk dat onze krijgsmacht wendbaar en daadkrachtig blijft om samen met bondgenoten te kunnen anticiperen op nieuwe dreigingen in het huidige onvoorspelbare geopolitieke tijdsgewricht. 

De bondgenoten hebben de groei van de defensie-uitgaven naar 3,5% van het bbp in 2035 afgesproken tijdens de NAVO-top in Den Haag. Deze NAVO-norm wordt wettelijk vastgelegd. Hiermee zorgt Nederland voor financiële zekerheid voor de krijgsmacht en de defensie-industrie over een langere periode. 

De krijgsmacht moet volledig inzetbaar en voorbereid zijn op een grootschalig conflict in NAVO-verband. Daarvoor worden fors meer mensen geworven, zowel militairen als burgers en reservisten. Ook wordt extra geïnvesteerd in capaciteiten op land, ter zee, in de lucht en in het cyber- en ruimtedomein. Daarnaast wil de krijgsmacht zorgen voor voldoende logistieke ondersteuning, munitie en voorraden. Zodat Defensie bij een conflict het gevecht ook lang vol kan houden. 

De groei van Defensie vraagt veel van onze samenleving. Denk bijvoorbeeld aan meer ruimte en het opschalen van de productiecapaciteit van de defensie-industrie. Defensie heeft tegelijkertijd ook veel kansen te bieden waar de Nederlandse samenleving van kan profiteren. Investeringen in de krijgsmacht kunnen bijvoorbeeld innovatieve oplossingen voortbrengen waar ons land van profiteert. De bewindslieden geven ook aan dat Defensie de band met de regio’s verder wil versterken en wil betrekken bij de uitvoering van het Nationaal Plan Ruimte voor Defensie. 

Landmacht

Editie 04 | 2026