Sla over en ga naar de inhoud
Een grijs marineschip vaart op een kalme zee, daarnaast een sleepboot.

Uniek schip vaart Den Helder binnen 

Kapitein Nico Schinkelshoek 

Sergeant-majoor Hille Hillinga en archief Defensie

‘Omslag binnen de Mijnendienst’ 

Het eerste gloednieuwe mijnenbestrijdingsvaartuig voor de Koninklijke Marine ligt eindelijk aan een Nederlandse kade. Na een tocht vanuit de werf in het Franse Concarneau voer de ‘Vlissingen’ de marinehaven van Den Helder binnen. Eind februari werd het schip bovendien overgedragen aan het Commando Materieel en IT (COMMIT).  
 
In de verte doemt een grijs schip op. Het stipje dat achter de dijk vandaan komt, wordt steeds groter. De twee sleepboten die aan weerszijden varen, heten de nieuwste aanwinst een warm, nautisch welkom met hun waterkanonnen. In de haven klinkt ondertussen het onafgebroken geluid van scheepshoorns, waarmee de binnenliggende vaartuigen de Vlissingen verwelkomen. De Nederlandse driekleur achterop het schip wappert fier in de frisse winterwind. 

De ‘Vlissingen’ werd warm onthaald in Den Helder. 

Plaatjes worden werkelijkheid 

De huidige vloot mijnenjagers is na zo’n veertig jaar trouwe dienst aan vervanging toe. Jaren geleden startte daarom het project ‘Vervanging Mijnenbestrijdingscapaciteit’. De Nederlandse en Belgische krijgsmachten bundelden daarin hun krachten en schaffen in totaal twaalf nieuwe schepen aan. Zes voor ieder land. Dat gebeurt onder leiding van de zuiderburen.  

Dat nu het eerste mijnenbestrijdingsvaartuig in Nederland arriveert, noemt kapitein-ter-zee Lex ‘bijzonder’. Hij is namens COMMIT (Directie Projecten) verantwoordelijk voor de Nederlandse bijdrage aan deze monsterklus en ziet erop toe dat ook onze nationale belangen worden meegenomen. “Hiermee worden plaatjes werkelijkheid voor het marinepersoneel. En in het bijzonder voor de medewerkers van de Mijnendienst”, zegt hij trots. 

Voorheen werkte kapitein ter zee Lex als groepscommandant bij de Mijnendienst. ‘Het is mooi om het schip nu daadwerkelijk binnen te zien komen.’ 

Schip compleet anders dan voorgangers 

Een grijs marineschip vanaf de zijkant. Hier staat in witte letters ‘M840’ op.

Vijf keer zo groot 

De twaalf vaartuigen gaan er uiteindelijk allemaal hetzelfde uitzien. Met een lengte van ruim tachtig en een breedte van zeventien meter, zijn ze compleet anders dan hun voorgangers. “De huidige Alkmaarklasse-schepen passen qua tonnage ongeveer vijf keer in de nieuwe”, geeft Lex het verschil in grootte aan. Maar de grootte is lang niet het enige verschil. Zo is de Vlissingen, in tegenstelling tot de huidige schepen, onder meer voorzien van geavanceerde wapensystemen en een 3D-radar om het luchtbeeld in kaart te brengen. Verder beschikt het schip over een commandocentrale en heeft het straks netwerken om geïntegreerd in NAVO-verband te communiceren. Volgens de kapitein ter zee maakt de marine met dit type schip dan ook een ‘megasprong’ ten opzichte van de oude. 

De Belgische schepen zijn vernoemd naar belangrijke Belgische steden, evenredig verdeeld over het land. De namen van de Nederlandse schepen zijn gekozen om de historische en maritieme betekenis van hun havens te benadrukken, maar ook zodat de schepen hun zogeheten naamstad aan kunnen doen. Goed voor de verbinding met die stad.

Luitenant ter zee 1 Joris is de eerste commandant van de Vlissingen.

Sprong voorwaarts 

Voor de commandant van het eerste Nederlandse mijnenbestrijdingsvaartuig, luitenant ter zee der 1e klasse Joris, wordt lang wachten beloond. “We keken maanden naar dit moment in Den Helder uit”, zegt hij tevreden. De commandant beschrijft de aankomst van de Vlissingen als ‘een startpunt van een omslag binnen de Mijnendienst’. Niet alleen is hij blij met de toegenomen ruimte aan boord, ook de systemen maken volgens hem een sprong voorwaarts. “Wij kunnen ons nu veel beter verdedigen dan vroeger. 

Met de bewapening en sensoren zijn we nu vergelijkbaar met een patrouilleschip. Beeldopbouw, zelfverdediging, maar ook stafcapaciteit: dat kunnen wij straks allemaal in één keer leveren.” 

Onbemande systemen  

Na de overstap van mijnenvegers naar mijnenjagers vier decennia terug, richt het nieuwe concept zich op werken met onbemande middelen. De belangrijkste verandering zit ‘m dan ook in de toolbox: een verzameling van onbemande systemen voor het detecteren, classificeren, identificeren en onschadelijk maken van 'contacten' op de zeebodem. “Lees: explosieven”, zegt de projectleider. “Zonder deze toolbox kan je geen mijnenbestrijdingsactiviteiten doen.”  

Met de komst van de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen verandert ook de werkwijze.

‘Taxi om drones te lanceren’ 

Waar de oude schepen een romp van polyester hebben (niet-magnetische werking), is de Vlissingen volledig van staal gemaakt. “Het moederplatform blijft nu buiten het mijnengevaarlijk gebied en gaat achter de onbemande systemen aan”, aldus de projectleider. Het grote voordeel van deze deels onbemande manier van werken, is dat de mens zoveel mogelijk ‘uit de loop’ blijft. Toch is werken zonder personen (nog) niet altijd mogelijk. “Op de bodem van de Noordzee ligt bijvoorbeeld veel infrastructuur. Daarom onderzoeken we de mogelijkheden om met onbemande systemen explosieven te verplaatsen, zodat ze geen datakabel of gasleiding beschadigen bij de vernietiging ervan. Zeker in het begintijdperk van deze nieuwe schepen zullen we daarvoor nog gebruikmaken van duikers.” 

Wat zit er in de toolbox

Om te beginnen een geavanceerd, onbemand oppervlakteschip (USV). Dit kleine bootje wordt te water gelaten vanaf het ‘moederplatform’. Vanaf dit vaartuig kunnen weer andere drones ingezet worden om explosieven te detecteren (zoals de T18-sonar) en identificeren (zoals de Seascan). Vindt dit samenspel van drones vervolgens een explosief, dan komt de K-ster in beeld. Dit onderwatervoertuig (ROV) is speciaal ontworpen voor het vernietigen van onderwaterobjecten en is uitgerust met een krachtige lading en kantelbare camera. 
Ook zitten er op afstand bestuurbare, onbemande helikopters in de toolbox, van het type Skeldar. Deze zijn onder meer geschikt voor het verzamelen van informatie. 

Deze Skeldar dient bovendien als communicatiemiddel tussen het moederschip en onbemande systemen op en onderwater. Al deze middelen worden naar verwachting begin maart in Den Helder geleverd. De inhoud van de toolbox staat overigens niet vast. “De ontwikkelingen gaan heel snel. Er wordt nu al nagedacht over toolbox 2.0”, aldus projectleider Lex. “Hiermee innoveren we kort-cyclisch.”  

Vanaf het onbemande oppervlakteschip, de Inspector (links) kan onder meer een K-ster (rechts) ingezet worden om objecten te vernietigen. 

“Het schip is eigenlijk een taxi met een basisbemanning, ontworpen om drones te lanceren”, vervolgt de kapitein-ter-zee. Die basisbemanning bestaat uit 33 personen. Zij zijn verantwoordelijk voor het varen en het beschermen van alle high tech-systemen aan boord. Aanvullend is er ruimte voor opvarenden die de onbemande systemen bedienen, net als duikers. Afhankelijk van de inzetbehoeftes kan dat totaal oplopen tot 63. “Vergelijk het met een helikopter die aan boord van een fregat komt”, legt Lex uit. “Dat brengt een vliegploeg en onderhoudsteam met zich mee die toegevoegd worden aan de scheepsbemanning.” 

COMMIT zet puntjes op de i 

Laatste werkzaamheden 

Direct na het afmeren in Nederland worden de officiële krabbels op de overdrachtspapieren gezet. Daarmee draagt het Directorate General Material Resources (de Belgische materieelorganisatie, red.) de Vlissingen over aan haar Nederlandse evenknie, COMMIT. Het is gelijk het startschot voor de uitvoering van de laatste werkzaamheden in Den Helder, voordat het schip gereed is voor operaties op zee. 

“Dit is waar woorden veranderen in staal”, sprak Commandant COMMIT vice-admiraal Jan Willem Hartman voorafgaand aan het tekenen van de overdrachtspapieren.

Zo voorziet de Directie Materiële Instandhouding (DMI) van de marine het schip bijvoorbeeld nog van diverse systemen, zoals satellietcommunicatie (SATCOM) en communicatienetwerken inclusief crypto. Ook is DMI verantwoordelijk voor de inbedrijfsstelling hiervan. Het programma Grensverleggende IT (GrIT) van het Joint IV Commando (JIVC), het IT-bedrijf van Defensie - levert op termijn steeds meer bouwstenen voor de verschillende netwerken aan boord. 

Bovendien volgen tests om te kijken hoe het schip zich houdt in verschillende weersomstandigheden. Eventuele kinderziektes worden, waar mogelijk, verholpen. Later dit jaar vindt de ceremonie plaats waarbij het schip gedoopt wordt en COMMIT het aan de marine overdraagt. Vanaf dat moment heeft de Vlissingen ook het predicaat Zijner Majesteits (Zr.Ms.). In 2027 staat de eerste operationele inzet van het schip op de planning. 

De bemanning leert in de komende periode werken met het schip.

Meer landen 

Zowel de Belgische als de Nederlandse marine ontvangt jaarlijks een nieuw vaartuig. Voor ons land staat de volgende eind dit jaar gepland. De laatste stroomt in 2030 in. Op de langere termijn maken mogelijk ook andere landen de overstap naar dit type mijnenbestrijdingsvaartuig. Zo kocht Frankrijk de scheepstekeningen al van België en Nederland. “Het is mooi als andere landen aanhaken met dezelfde systemen”, zegt Lex. “Dat maakt opleidingen, onderhoud, de uitwisseling van spullen en het opdoen van ervaringen makkelijker.” De brede internationale interesse is trouwens niet gek. “Met deze systemen lopen we voor op de rest van de wereld op het gebied van mijnenbestrijding.” 

Na de contractondertekening met Belgium Naval & Robotics in 2019 en de tewaterlating in 2022, volgt nu de allerlaatste fase van het schip.

Kritische blik 

Met enige regelmaat reizen COMMIT-medewerkers af naar werf ‘Kership’ in Frankrijk. Zij zijn onder andere betrokken bij de testen met de onbemande systemen. Een team van ongeveer tien experts ziet er bovendien op toe dat de schepen voldoen aan de vooraf gestelde eisen. Zo ook Merijn, project engineer Scheepsbouw (Directie Wapensystemen en Bedrijven). “In de periode vlak voor de oplevering van een vaartuig volgen de afnames van de diverse systemen elkaar in snel tempo op. Juist op die momenten wordt de kennis en kunde gevraagd van de collega’s van COMMIT. Bij deze afnames is het van belang dat gecontroleerd wordt of het vaartuig met al haar deelsystemen voldoet aan het contractueel overeengekomen programma van eisen”, legt hij uit.  

Op de afbouwlocatie van de mijnenbestrijdingsvaartuigen in de stad Concarneau heeft België een permanent ondersteuningsteam ter plaatse dat inspecties aan boord uitvoert en afnametesten bijwoont. Vorig jaar november werd met de ‘Oostende’ het eerste schip binnen deze klasse opgeleverd aan de Belgische marine. “Ondanks dat binnen het project geen onderscheid wordt gemaakt tussen de Belgische en Nederlandse vaartuigen, brengt een bezoek aan een Nederlands schip toch net wat extra’s. Uiteindelijk is en blijft het ons doel om robuuste en veilige schepen te leveren aan onze militaire collega’s bij de marine”, aldus Merijn.  

Het Defensiejournaal nam onlangs een kijkje bij de werf in de Franse stad Concarneau. Daar werkt de Naval Group aan de bouw van de schepen. Benieuwd? Bekijk hieronder de beelden!  

Naval Groep

Materieelgezien

Editie 02 | 2026