kapitein Riemer Witteveen
Jeroen Liebers. Foto boven: Pexels
Ruimte als vijfde domein omarmd door Defensie
De transitie van het Commando Luchtstrijdkrachten naar Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten (CLRS) is nog maar een jaar geleden, en nu zet Defensie alweer een volgende stap richting het vijfde domein. Op 30 juni lanceerde het CLRS het Space Command. “Die ‘R’ in CLRS was een belofte, nooit het einddoel,” vertelt luitenant-kolonel Petra Wijnja, Hoofd Space Warfare and Expertise. “Een eigen Space Command is een heel logische tweede stap.”
In twee jaar tijd moet het Space Command uitgroeien tot een volwaardig operationeel command, zelfstandig, paars en met een eigen locatie. Er is dus werk aan de winkel. “We hangen nu niet de slingers uit”, vertelt Wijnja. “We zijn echt nog niet klaar, maar de aftrap van het command betekent een stevige start. Hiermee verandert de positie en de prioriteit van space binnen Defensie.”
Luitenant-kolonel Petra Wijnja: “Space is op de kaart gezet.”
Wijnja begon als luchtgevechtsleider bij de luchtmacht en werkt nu elf jaar in het space-domein. “Er verandert daar heel veel en ik leer nog elke dag. Het is misschien wel het grootste domein dat je maar kunt bedenken. Bekeken vanuit kruipen, lopen, rennen, zijn we bij Defensie nu gaan lopen. Het rennen moet nog komen, maar space is binnen Defensie nu wel op de kaart gezet.”
Het nieuwe command leent zich uitstekend voor een paarse invulling. Vrijwel elk krijgsmachtsonderdeel heeft space nodig en is er op zijn eigen manier mee bezig. “We hebben elkaar nodig”, benadrukt Wijnja. Om die reden zijn er ook liaisons, die bij elk operationeel commando (OPCO) laten zien waar de meerwaarde ligt en wat de vragen zijn. “Anders zijn we iets aan het ontwikkelen wat niemand nodig heeft.”
Patch van het nieuwe Space Command.
Het zal nog makkelijker zijn om snel te schakelen en te innoveren.
Cruciale informatie
De liaisons zien veel heil in een zelfstandig commando. Het paarse karakter sluit aan bij de grenzeloze mogelijkheden. Landmachtmajoor Edwin geeft aan dat de rol van space voor de landmacht niet alleen steeds belangrijker is geworden, “de data is zelfs cruciaal voor het moderne landoptreden. Je kunt het Space Command zien als een dataleverancier voor de verschillende OPCO’s. Zij krijgen heel veel data binnen vanuit de ruimte en leggen een databank aan. Wij hebben vervolgens toegang tot die databank en halen daaruit waaraan we behoefte hebben.”
Collega-liaison luitenant ter zee 1 Arjen van Kooten: “De relatie van de marine met de ruimte is niet eenzijdig. Niet alleen komt er data vanuit de ruimte, de marine draagt ook actief bij aan het verrijken van de database. Bijvoorbeeld met onze Luchtverdedigings- en Commandofregatten. Die schepen hebben veel sensoren en radarsystemen aan boord, die ook in de ruimte kunnen kijken en bijvoorbeeld zien welke satellieten waar en wanneer overvliegen. Met die informatie kunnen we het Space Command en daarmee dus ook andere eenheden ondersteunen.”
Overduidelijk is het space-team paars. Foto: Herman Zonderland
Opschalen
Bij het op te richten Space Command werken nu zo’n dertig personen. Het is de bedoeling om nog dit jaar te groeien naar honderd. Als het Space Command vanaf 2028 eenmaal volledig operationeel is, zijn er enkele honderden plaatsen. Omdat de Luchtmachttoren in Breda al bijna uit z’n voegen barst, is het de bedoeling om te zijner tijd vanaf een andere locatie te gaan werken. Waar is nog niet bekend.
Vanwege de noodzaak voor operationele capaciteit werft het command binnen Defensie meer space-personeel. Ook burgers met kennis van het space-domein zijn welkom. Dit jaar vindt er significante groei plaats met het vullen van veertig reservistenfuncties.
De BRIK II, hier in aanbouw, was een kleine, maar waardevolle satelliet. Foto: sergeant Jasper Verolme
Groot in het kleine
Als klein land kan het lastig zijn om een positie te verwerven binnen de gevestigde orde. Toch is dat op het gebied van space erg goed gelukt, vertelt Wijnja: “We zijn een klein land, maar we willen wel toegang tot essentiële capaciteiten. We moeten zoeken naar innovatieve, flexibele oplossingen, in plaats van dat we meteen in het grote spectrum gaan zitten.” De innovatieve kracht van Nederland kwam tot uiting in de BRIK II, een kleine demonstratiesatelliet die de luchtmacht in 2021 lanceerde.
Wijnja: “Die BRIK II was eigenlijk het kantelpunt voor space binnen Defensie. Het werd toen echt duidelijk dat we daar wat mee moesten, maar ook kónden; zelfs met een satelliet van 30x20x10 centimeter. We kunnen simpelweg niet meer leunen op de VS en denken dat zij ons wel de informatie en de capaciteiten geven die wij nodig hebben. Hun prioriteiten zouden best wel eens ergens anders kunnen liggen.” Met het nieuwe Space Command zal het nog makkelijker zijn om snel te schakelen en te innoveren.
Kunstmatige afbeelding van een constellatie ICEYE-satellieten. Artists impression: ICEYE
Het is prachtig om samen te bouwen aan de interoperabiliteit
Op eigen benen staan
Uitgaan van eigen capaciteiten is belangrijk, maar dat kan ook niet zonder internationale partners. Zo kocht Defensie van het Finse bedrijf ICEYE een aantal SAR-satellieten (Synthethic Aperture Radar). Wijnja: “Een aantal landen om ons heen heeft die ook aangekocht. Met hen hebben we nu een samenwerkingsverband om onze data te delen en elkaars satellieten te mogen tasken.”
Defensie bouwt ook in eigen land aan space assets, in samenwerking met de Nederlandse industrie. Het resultaat daarvan is onder meer de PAMI-1. De lancering van de eerste van deze satellieten staat gepland voor 2028. Wijnja: “Met de PAMI-1 hebben we onze eigen soevereine optische capaciteit. En we willen dat graag uitbreiden naar een constellatie, een groep satellieten. We zien dat landen om ons heen vergelijkbare stappen nemen. Het is prachtig om samen te bouwen aan de interoperabiliteit.”
Het Space Command gaat dus vooral over het opschalen van capaciteiten. Daarvoor kijken Wijnja en haar collega’s ook over de grens. “We gaan niet copy-pasten, maar kijken wel naar lessons learned. Wat doen ze en waar stellen zij bijvoorbeeld de grens tussen wat space is en waar het een connectie heeft met een ander OPCO.”
Het paarse space-team bij de aankondiging van het Space Command in de Luchtmachttoren in Breda. Foto: Herman Zonderland
Vanaf de werkvloer
Luchtmacht-kapitein Nicole werkt al tien jaar bij Defensie, waarvan de laatste twee jaar bij space. Ze moest even geduld hebben, want eerder was er bij de nog kleine space-afdeling nauwelijks plek. “Ik wilde heel graag, maar moest wachten op een stoel. Nu houd ik me dagelijks bezig met lopende operaties en verzoeken voor nieuwe.” Dat het Space Command onder het CLRS hangt, is volgens Nicole niet gek. “Space draait om intel en je ziet dat de luchtmacht daarin traditioneel gezien heel sterk is. Maar het space-domein staat nu wel los van het traditionele luchtdomein en is inmiddels het vijfde operationele domein naast cyber, land, lucht en zee. En door het paarse karakter krijgen we juist veel meer variatie in het type kennis.”
De toekomst ziet er rooskleurig uit, vertelt Nicole: “Deze stap zorgt echt voor een stuk professionalisering van space binnen Defensie. We doen al veel operationeel werk en we ondersteunen veel missies. Met meer collega’s kunnen we straks naar 24/7 operaties, en kunnen we meer satellieten, grondstations en sensoren zoals telescopen en radars ondersteunen. In eerste instantie hadden we in het space-team veel collega’s met een technische achtergrond. Nu hebben we een breed pallet aan mensen nodig, burger en militair. Je hoeft helemaal geen technische achtergrond te hebben om bij space te werken. We zijn echt op zoek naar veel variatie in het team. We zoeken mensen met interesse om space-operaties vorm te geven. Dat kan met verschillende achtergronden; van ICT tot creatieve beroepen of juist hele praktische ervaringen."