kapitein Riemer Witteveen
Jeroen Liebers, Herman Zonderland, ICEYE
Defensie lanceert ‘paars’ Space Command
Afgelopen dinsdag klonk het startsein voor het nieuwe Space Command. Een paars command, want gevuld door alle krijgsmachtdelen, onder de vleugels van het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten (CLRS). In twee jaar tijd moet het uitgroeien tot een volwaardig command met enkele honderden arbeidsplaatsen. De ontwikkeling is nodig om onder andere te kunnen voldoen aan de groeiende vraag om space-intel vanuit alle operationele commando’s (OPCO’s). De Defensiekrant stelde Hoofd Space Warfare and Expertise luitenant-kolonel Petra Wijnja vijf prangende vragen over de oprichting van het Space Command.
Wat verandert er met de oprichting van het Space Command?
“Die ‘R’ in CLRS was een belofte, nooit het einddoel. De transitie naar CLRS was een noodzakelijke stap om die ambitie waar te maken en verdere groei in het ruimtedomein mogelijk te maken. De oprichting van een eigen Space Command is een heel logische tweede stap. We hebben meer personeel en meer eigen assets nodig. De komende tijd gaan we uitgroeien naar een nog professionelere organisatie, met meer mensen. En een duidelijkere taakverdeling voor de afdelingen en medewerkers. We hebben nu zo’n dertig mensen werken bij Space. Dit jaar willen we nog groeien naar honderd. In 2028, als het command volledig operationeel is, zijn er enkele honderden plaatsen.”
Luitenant-Kolonel Petra Wijnja.
Wat kunnen we met het Space Command bereiken?
“De ruimte is niet meer het vredelievende domein dat het altijd is geweest. Er vinden ook echt activiteiten plaats om ruimtecapaciteiten te verstoren of zelfs kapot te maken. Voor active defense of zelfs offense heb je beleid nodig. Dat is een eerste stap. Er zijn meer landen die hier mee bezig zijn, dus er is ook wel wat tijdsdruk om die voorsprong te houden. Met het Space Command bouwen we ook toe naar meer personeel, operationele inzet en de ontwikkeling van eigen assets.”
Luitenant-kolonel Wijnja in gesprek met liaison-officer van de landmacht bij een model van een SAR-satelliet van het Finse ICEYE.
Het command heeft een paarse invulling, maar valt onder CLRS. Hoe zit dat?
“We hebben op dit moment ondersteuning van bijvoorbeeld APPK (Afdeling Personele Plannen & Ketenbeheer, red.) en andere ondersteunende afdelingen van CLRS. Daardoor hoeven we heel veel overhead nu niet op te pakken en kunnen we ons echt richten op het opbouwen van het ruimtedomein. En dat domein is echt anders. In essentie zijn we al paars, want ieder krijgsmachtonderdeel heeft space nodig. We geven net zoveel data aan de luchtmacht als aan de landmacht, marine en cyber. Dat moeten we allemaal kunnen behappen en er producten en expertise voor kunnen leveren.”
Ieder krijgsmachtonderdeel heeft space nodig
Is space binnen Defensie inmiddels al uit de kinderschoenen gegroeid?
“Misschien nog niet uit de kinderschoenen, maar space staat goed op de kaart. Space binnen Defensie is klein in opbouw, maar wel professioneel. We zijn van het kruipen naar lopen gegaan, het rennen komt nog. Daar hebben we extra operationele capaciteit voor nodig. We zijn druk bezig met alle opleidingen vorm te geven en met het ontwikkelen van eigen ruimte-assets. De komende tijd zetten we gericht in op de groei van ons team, met zowel militair als burgerpersoneel.”
De patch van het nieuwe Space Command.
Kunnen we dit alleen?
“Space is een te groot domein om in je eentje te kunnen aanpakken. We zijn hierin afhankelijk van onze internationale partners. In eerste instantie gaan wij ervan uit dat áls we ingezet worden, dat in NAVO-verband is. Wat we ook zien is dat de NAVO op dit moment heel erg leunt op de capaciteiten van de Verenigde Staten. De Europese poot van NAVO moeten we dus versterken, zodat we ook op eigen benen kunnen staan. Tegelijkertijd ontwikkelen we zelf, in Nederland en met de Nederlandse industrie, een eigen satelliet, de PAMI-1. Daarmee hebben we onze eigen soevereine optische capaciteit. We willen die graag uitbreiden naar een constellatie, een groep satellieten. We zien dat landen om ons heen vergelijkbare stappen nemen. Het is prachtig om samen te bouwen aan de interoperabiliteit.”
Dit is precies het soort fundament dat we nodig hebben
'Van en voor heel Defensie'
Bij de oprichting van het nieuwe Space Command sprak Commandant Lucht- en Ruimtevaart Strijdkrachten luitenant-generaal André Steur de aanwezigen toe: “Samen gaan we het ruimtedomein verder exploreren. We staan hier, een jaar na de naamswijziging naar het CLRS, in een behoorlijk hectische tijd. Satellieten, data en ruimtecapaciteiten zijn randvoorwaardelijk voor moderne militaire operaties en hebben direct effect op ons optreden in alle domeinen. Het Space Command is daarom niet alleen van of voor CLRS maar van en voor heel Defensie.”
“Waar ik het meest trots op ben, is dat we steeds scherper krijgen wat de krijgsmacht nodig heeft. Dat vraagt om een een duidelijke visie op hoe we space verder vormgeven en verankeren binnen Defensie. Dat dit gedachtegoed expliciet is opgenomen in de Defensienota die maandag is gepresenteerd, zie ik als een enorme winst. Dit is precies het soort fundament dat we nodig hebben.”
C-LRS André Steur (L) schudt Kolonel Bernard Buijs de hand bij de oprichting van het Space Command.