Sla over en ga naar de inhoud
Een militair tijdens oefening Fighter Lion houdt een Parrot-verkenningsdrone omhoog terwijl hij de controller vasthoudt.

Innoveren aan het front

Max van de Pol

SM Aaron Zwaal

Technology Development Operations tijdens Fighter Lion

Aan een werkbank in een vrachtwagen vervangen militairen kleine elektromotoren van drones. Naast hen draaien 3D-printers onafgebroken en verschijnen nieuwe onderdelen laag voor laag uit het niets. Op een tafel ligt de nieuwste creatie van Tech Development Operations (TechDevOps): een speciaal ontwikkeld dropper-systeem voor een Parrot-drone.

Militairen bouwen en repareren drones in de mobiele werkplaats.

Militairen testen ter plekke nieuwe onderdelen

De vrachtwagen vormt het tijdelijke hart van de TechDevOps Hub in Bergen-Hohne, Duitsland. Vanuit een innovatiecontainer, mobiele werkplaats en kantoorruimte in de Brigade Support Area ondersteunt de TechDevOps Hub op brigadeniveau eenheden die tijdens de oefening tegen technische problemen aanlopen. Militairen ontwerpen, printen en testen ter plekke nieuwe onderdelen, terwijl ideeën uit het veld direct worden vertaald naar praktische toepassingen.

Inspelen op behoeftes bataljonsniveau

“We brengen verschillende disciplines samen”, vertelt kapitein Max, commandant Technology Development and Operations van 13 Lichte Brigade. “Softwareontwikkeling, dronebouw, data-analyse, frequentieanalyse en logistieke ondersteuning. Hiermee kunnen we direct inspelen op wat er op bataljonsniveau nodig is. Alles is erop gericht om snel oplossingen te ontwikkelen voor eenheden in het veld.”

Kapitein Max: “Alles is erop gericht om snel oplossingen te ontwikkelen voor eenheden in het veld.”

Gebruiker als ontwikkelaar

De kern van het concept is snelheid. Zodra militairen aan het front tegen problemen aanlopen, analyseren de TDO-eenheden de situatie en zoeken zij direct naar oplossingen. Ze verzamelen data uit het veld, herkennen trends en ontwikkelen, testen en implementeren nieuwe toepassingen waar mogelijk direct op locatie.

De kern van het concept is snelheid

Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat ideeën niet alleen van ontwikkelaars komen, maar juist van de militairen die dagelijks met de systemen werken. “Waarom werkt dit apparaat niet?", schetst luitenant-kolonel Roeland van de Task Force Drones met een glimlach. “Wij willen dat juist die gebruiker met zijn probleem naar ons komt. Het zorgt voor de verbinding van actuele kennis van het front met de partners achterin de keten. Bovendien wordt de gebruiker onderdeel van het ontwikkelteam en werken wij samen aan een oplossing. Die kennis van het front willen we niet kwijtraken in een lange keten van rapportages. We willen dat mensen eigenaarschap ervaren. Dat is effectiever en sneller."

Feedback uit het veld vormt de basis voor nieuwe oplossingen.

Op bataljonsniveau worden ervaringen uit het veld verzameld. Problemen, verstoringen en verbeterideeën komen vervolgens terecht bij de brigadehub, waar patronen en trends zichtbaar worden. Die inzichten deelt de hub met het Tech Center en andere brigades, zodat oplossingen snel breder kunnen worden toegepast.

Van tekentafel naar testvlucht

Dat de ontwikkelcyclus extreem kort kan zijn, blijkt uit het dropper-systeem dat tijdens de oefening op tafel ligt. Militairen gebruiken de Parrot-drone vooral als vliegende verrekijker op pelotonsniveau. Toch zag het team mogelijkheden om het toestel verder uit te breiden. “Afgelopen week hebben we deze dropper ontwikkeld”, vertelt kapitein Max terwijl hij het mechanisme laat zien. “Het is plug-and-play. Je hangt er iets onder, sluit hem aan en via de controller kun je het systeem openen en sluiten.”

Kapitein Max: “Dan kun je extra tourniquets brengen, medische spullen, eten of drinken.”

De ontwikkelcyclus is extreem kort

Het systeem kan medische hulpmiddelen, noodvoorraden of andere essentiële goederen vervoeren naar locaties die moeilijk bereikbaar zijn. “Stel dat een groep militairen door hun noodvoorraden heen is, maar over de grond niet kan worden bereikt”, zegt Max. “Dan kun je extra tourniquets brengen, medische spullen, eten en drinken.”

3D-printen in het veld

Waar militairen vroeger moesten wachten op onderdelen uit de logistieke keten, beschikt het team nu over de mogelijkheid om veel onderdelen zelf te produceren. “Met 3D-printen kunnen we lokaal prototypen”, zegt Roeland. “Wat we zien in Oekraïne doen we hier ook: ontwerpen aanpassen, direct printen en weer testen. Dat gaat sneller dan ooit.”

Een nieuw droneonderdeel krijgt vorm op de laptop, waarna het direct kan worden geprint, getest en verder verbeterd.

De combinatie van softwareontwikkeling, 3D-printen en modulaire systemen maakt het mogelijk om voortdurend nieuwe configuraties te bouwen. De experts vervangen onderdelen, passen sensoren aan en voegen nieuwe toepassingen toe zonder dat een compleet nieuw systeem hoeft te worden aangeschaft.

Tijdens Fighter Lion testen de deelnemers niet alleen de techniek, maar ook de logistieke ondersteuning daaromheen. Om de keten te oefenen, bestellen ze onderdelen voor drones en andere systemen bewust zowel via de logistieke keten als via reguliere commerciële kanalen.

Het A-Team

Voor zowel Max als Roeland is het werken binnen TechDevOps bijzonder motiverend. “Ik vind dit supervet", zegt Max. “Ik ben niet eens extreem technisch aangelegd, maar als ik zie welke ontwikkelingen we maken, die daadwerkelijk kunnen bijdragen aan het overleven aan het front, dan ben ik daar ontzettend trots op. Vooral de snelheid waarmee dat gebeurt.”

De combinatie van een grondvoertuig en drone vergroot het bereik in moeilijk toegankelijk terrein.

Roeland vergelijkt het werk met een bekende televisieserie uit de jaren tachtig. “Vroeger had je het A-Team”, zegt hij lachend. “Die kwamen altijd ergens terecht met weinig middelen en bouwden vervolgens hun busje om tot iets waarmee ze door vijandelijke linies konden breken. Dat snelle aanpassen aan een veranderende omgeving is eigenlijk wat wij nu in de praktijk doen.”

Bouwen aan één ecosysteem

Tijdens Fighter Lion werkt TechDevOps nauw samen met kennisinstituten, industriepartners en andere defensieonderdelen. Organisaties als Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) leveren expertise op het gebied van droneontwikkeling, certificering en elektromagnetische verstoringen. Innovatie draait daarbij ook om randvoorwaarden. Volgens Roeland vormen regelgeving en het beheer van het elektromagnetische spectrum soms net zulke grote uitdagingen als de techniek zelf.

In de mobiele werkplaats worden verschillende drones en configuraties vergeleken.

“De technologie kunnen we vaak sneller ontwikkelen dan de regels kunnen bijhouden”, zegt hij. "Daarnaast wordt de beschikbare frequentieruimte steeds voller. Verschillende dronesystemen, radioverbindingen en elektronische oorlogsvoeringsmiddelen maken gebruik van hetzelfde spectrum. Daardoor moet je voortdurend nadenken over hoe je systemen naast elkaar kunt laten functioneren.”

Dat vraagt om nauwe samenwerking met instanties die toezien op veiligheid, luchtwaardigheid en certificering. Zo werd het nieuwe dropper-systeem tijdens de oefening samen met de normsteller LVS beoordeeld en getest, zodat nieuwe toepassingen sneller verantwoord kunnen worden ingevoerd. Tijdens Fighter Lion is ook een expert van NLR aangesloten bij het team. Voor hem biedt de oefening een waardevolle verbinding tussen theorie en praktijk. “Je ziet hier direct waar militairen in het veld tegenaan lopen", vertelt hij. "Die ervaringen nemen wij weer mee naar NLR. Zo kunnen we ontwikkelingen en onderzoeken beter laten aansluiten op de behoeften van de eindgebruiker.”

Luitenant-kolonel Roeland: “Alleen zo kunnen we het tempo van technologische ontwikkelingen blijven bijhouden.”

Volgens Roeland is die samenwerking essentieel voor de toekomst. “We bouwen hier aan een ecosysteem waarin gebruikers, kennisinstellingen, industrie en Defensie samen optrekken. Alleen zo kunnen we het tempo van technologische ontwikkelingen blijven bijhouden.”

Innovatie in het veld

In de vrachtwagen klinkt ondertussen het gezoem van een 3D-printer. Op de werkbank ligt gereedschap tussen motoren, accu’s en geprinte onderdelen. Buiten rijdt een voertuig voorbij richting het volgende oefendoel, terwijl binnen alweer wordt gewerkt aan de volgende verbetering. Het is volgens Max precies de plek waar TechDevOps wil zijn: dicht bij de gebruiker, dicht bij het probleem en dicht bij de oplossing. Niet maanden later in een werkplaats, maar middenin de operatie.

Landmacht

Editie 06 2026