Sla over en ga naar de inhoud
Milrem THeMIS met daaromheen militairen

Versterken en vernieuwen 

KAP Kirsten de Vries 

archief MCD 

‘Er komt een interessante tijd aan’ 

Op 29 juni presenteerden Defensieminister Dilan Yeşilgöz, staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk en Commandant der Strijdkrachten (CDS) generaal Onno Eichelsheim de Defensienota ‘Samen voorwaarts!’ Luitenant-kolonel Remco Hereijgers (Directie Plannen Staf CLAS) legt in onderstaand artikel uit hoe de Koninklijke Landmacht met het geld dat beschikbaar komt op cruciale punten wil versterken en vernieuwen. 

Eind juni presenteerden Defensieminister Dilan Yeşilgöz, staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk en Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim de Defensienota ‘Samen voorwaarts!’ 

We versterken de landmacht over de volle breedte  

“De keuzes die we als landmacht maken, baseren we primair op wat de NAVO van ons vraagt. Daarnaast speelt het langer volhouden van de strijd een grote rol”, legt luitenant-kolonel Hereijgers uit. “Zoals onze commandant al zei: ‘Geen 3 dagen, geen 3 weken maar misschien wel 3 jaar’. En daarom moeten we de landmacht over de volle breedte versterken: 13 Lichte Brigade, 43 Gemechaniseerde Brigade, 11 Luchtmobiele Brigade, maar ook 1(German/Netherlands) Corps, het Korps Commandotroepen, het nationale domein en de (logistieke) ketens. Dat doen we met bestaande systemen, de Leopard en de CV90 bijvoorbeeld, maar ook met vernieuwing, zoals drones en counter drone-systemen. Ook C4I en de mogelijkheden om data snel te verkrijgen, te verwerken en weer te verspreiden krijgt bijzondere aandacht.”  

Naast bestaande systemen zet de landmacht ook in op vernieuwing. Tijdens de presentatie van de Defensienota viel de aandacht van de CDS op deze robot. 

15 maatregelen 

Om dit voor elkaar te krijgen is er, uiteraard, geld nodig. Ja, er is afgesproken in de Defensienota dat 3,5 procent van het bruto binnenlands product (de NAVO-norm) naar Defensie gaat. Maar als de klap op de begroting gegeven is, duurt het nog een tijd voordat dit ook daadwerkelijk het geval is. Stilzitten doen ze in de tussentijd echter allerminst bij de landmacht. Om de eerste stappen te kunnen zetten, stelden Hereijgers en zijn collega’s 15 maatregelen op die ze, nadat de ‘go er is, zo snel mogelijk in gang zetten.  

Materieel, hardware, personeel 

Een kleine opsomming van enkele van die maatregelen: een bevoorradings- en transporteenheid voor 13 Lichte Brigade, het oprichten van het Nationaal Territoriaal Commando met hierin opgenomen de 3 te versterken Infanteriebataljons Bewaken Beveiligen, luchtverdedigingseenheden voor 11 Luchtmobiele Brigade en 1(German/Netherlands) Corps, zoveel mogelijk materieel uit de plannen van de Task Force Drones aanschaffen en investeringen in hardware en personeel op het gebied van cyberspace en IT.  

De landmacht richtte in het voorjaar van 2025 de Task Force Drones op. Hereijgers: “De urgentie hiervoor was zeer hoog en dus zijn we begonnen, ook al hadden we formeel het budget nog niet. We willen ze nu zoveel als mogelijk voorzien van het benodigde materieel.” 

Balans herstellen 

“Er komt een interessante tijd aan”, knikt de overste. “Waar ik heel blij mee ben, is dat we niet alleen oog hebben voor groei, maar dat we ook de balans tussen gevechtseenheden, gevechtsondersteunende eenheden en logistieke eenheden herstellen. Dat we niet alleen maar denken: ‘groei, groei, groei’, maar bovendien kijken naar: wat klopt er nog niet? Hoe kunnen we de bestaande eenheden beter werkend maken en moderniseren?  

Boots on the ground 

“We krijgen deze ronde een sterke impuls. Dat is noodzakelijk, omdat de grootste tekorten NAVO-breed in het landdomein zijn. Ook in Nederland is dit het geval. Je ziet in de huidige conflicten, niet alleen in Oekraïne maar ook in Iran en Israël, dat landeenheden essentieel zijn om gebied te bezetten, te behouden of terug te winnen om vervolgens partijen aan de onderhandelingstafel te krijgen. Boots on the ground heb je altijd nodig.”  

De Milrem THeMIS speelde een hoofdrol tijdens de presentatie van de Defensienota. Dat laat maar weer eens zien dat onbemenste systemen belangrijk zijn in de nieuwe nota. 

Voortzettingsvermogen 

“Maar er zijn ook dingen die wij ondanks het extra geld niet kunnen doen, voor wat betreft alles wat de NAVO van ons vraagt in het landdomein. Er zijn keuzes gemaakt, en die zijn vooral van invloed op het voortzettingsvermogen. We kiezen ervoor om eerst de basis goed te hebben.” 

Creatief 

Dat over 5 jaar minstens 50 procent van de systemen volgens de Defensienota onbemenst moet zijn, noemt Hereijgers ‘ambitieus, maar een duidelijke richting’. “Als landmacht willen we niet alleen werken met drone-eenheden zoals iedereen dat al in gedachten heeft en zoals je dat in Oekraïne ziet, maar ook met onbemenste systemen in de logistieke en medische ondersteuning. Dan gaat het niet om gevechtssystemen, maar om drones die met containers of flatracks kunnen rijden, cargodrones die de laatste logistieke kilometers af kunnen leggen of drones die bevoorrading via de lucht doen.” 

Over 5 jaar moet minstens 50 procent van de systemen onbemenst zijn. Vooral op drones en drone-eenheden zet Defensie groots in. 

Onbemenste grondvoertuigen 

Hereijgers legt uit dat alle eenheden een combinatie krijgen van survivables, attritables en consumables. “Survivables zijn artikelen die 10, 15 jaar lang mee moeten, zoals hoofduitrustingsstukken als de CV90. Deze moeten onze mensen onder anderen beschermen op het gevechtsveld. Dan heb je de attritables. Dat zijn systemen die sneller worden geproduceerd,  goedkoper zijn en daardoor ook sneller vervangen kunnen worden, waardoor innovaties sneller kunnen worden doorgevoerd. Een voorbeeld daarvan zijn de onbemenste grondvoertuigen. De consumables, dat zijn verbruiksartikelen. Daarbij kun je denken aan de one way attack-drones. Bovendien willen we met name attritables en consumables zoveel als mogelijk samen met de Nederlandse industrie ontwikkelen. We zetten vol in op een mix van deze middelen.” 

 

Eenheden krijgen een mix van survivables, attritables en consumables. 

Ervaren onderofficieren tover je niet zomaar uit de hoge hoed 

Onderofficieren 

Dan blijft over: de personele groei. De landmacht wil tot 2035 groeien met 15.000 functies. Het gaat om burgers, voltijdmilitairen en reservisten, schetst Hereijgers. “We zijn goede stappen aan het zetten om de instroom te vergroten. Alleen, je ziet bij het oprichten van nieuwe eenheden dat je met name de ervaren onderofficieren niet zomaar uit de hoge hoed tovert. Dan heb ik het over de sergeant-majoors en sergeanten-1. Daar ligt echt een uitdaging.” 

Landmacht

Editie 07 2026