Sla over en ga naar de inhoud
Een groep soldaten in groene overall werkt samen aan het monteren van een zware, metalen structuur in een buitenomgeving.

Schoon weer aan de slag

Evert Brouwer 

Hans Roggen

Bataljon stoft tanks af na Fighter Lion

De grote oefening Fighter Lion (FiLi) heeft veel stof doen opwaaien – niet alleen figuurlijk, maar door de aanhoudende droogte ook zeer letterlijk. FiLi mag dan allang zijn afgelopen, dat betekent niet dat de klus erop zit. Schoenen gepoetst, het persoonlijke wapen in het vet, en de uitgestegen infanterist kan weer op pad. Voor de vrouwen en mannen van 414 Tankbataljon in Bergen-Hohne is het echter een heel ander verhaal: het onderhoud aan de tanks kost hen heel wat werk.

Het is een heerlijke zomerse dag op de Niedersachsen-kazerne. Boven de hoofden van de cavaleristen zweeft een zwarte wouw op de thermiek. “Die zien we hier dagelijks”, weet opperwachtmeester Gert, wijzend op de vogel. Ze is op zoek naar een prooi en heeft dus weinig aandacht voor de enorme bedrijvigheid op het terrein. Zowel Nederlandse als Duitse tankbemanningen voeren onderhoud uit aan de Leopard-tanks, waarvan Nederland er 18 leaset. Het is een duchtige schoonmaakbeurt na weken actie tijdens Fighter Lion. De tracks gaan van de wielen om deel voor deel door de handen van de bemanningen te gaan. Verderop krijgen de zware pantsers een douche van jewelste.

De tracks zijn van de Leopard gehaald. De onderdelen staan klaar voor inspectie en schoonmaakbeurt. Voor de veiligheid zijn veiligheidsbrillen en handschoenen een must.

‘Het optreden is niet meer hoe het op de KMA is aangeleerd’

Constant in beweging

De tanks hebben tijdens FiLi flink op hun falie gekregen. Dat komt door het droge, stoffige terrein, maar ook door het veranderde optreden. “De kill zones zijn groter geworden; dat betekent dat wij in beweging moeten blijven en dat deze manoeuvres vele malen groter zijn geworden”, legt plaatsvervangend eskadronscommandant van het 4e Eskadron, eerste luitenant Martijn, uit. “Wat de oorlog in Oekraïne ons leert, is dat door nieuwe dreigingen het slagveld zich over veel grotere afstanden verspreidt. Het afslepen van defecte tanks en de verplaatsingen nemen daardoor veel meer tijd in beslag. Het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) heeft daarop een plan losgelaten dat we nu hebben kunnen oefenen met anders ingerichte bevoorradingspunten. Het is niet meer hoe ik het op de Koninklijke Militaire Academie aangeleerd heb gekregen.”

De oefening Fighter Lion heeft heel wat van de tanks gevergd. Het demonteren van de tracks vergt ook heel wat inzet van de cavaleristen.

‘De tracks krijgen nieuwe schoenen’

Nieuwe schoenen

Contractueel mag de Nederlandse hersteleenheid maar beperkt aan de tanks sleutelen. “Het grote onderhoud is door de Duitse landmacht uitbesteed aan een commerciële partner”, weet sergeant-majoor onderhoud en diagnose (SMOD) Michiel. “De hele motor eruit halen, dat doen we niet meer. Het is puur Duitse regelgeving. Als er iets mis is, krijg ik de melding en dan lopen we dat na. Kunnen en mogen we dat zelf oplossen? Anders moeten we naar het hogere echelon en daarin bemiddel ik.”

Hij ziet dat een van de tanks op de onderhoudsplaats deels uit elkaar ligt. De tandenkransen, de schakels van de tracks (‘broodjes’) en de rubberen onderdelen van de rupsbanden (‘pads’) liggen verspreid over de grond. Huzaren met veiligheidsbrillen en handschoenen staan er omheen. “We zijn bezig met de tracks. Die krijgen nieuwe schoenen”, roept wachtmeester Angio, commandant van een Leopard met de naam ‘Bert’.

Op en om de tanks is het een en al bedrijvigheid.

Dronedreiging

De woorden van Angio gaan bijna verloren onder het gebonk van een zware moker op de track. De tank heeft “behoorlijk op z’n donder gehad”, zo meldt de jonge leidinggevende. Als ‘spijkerbroek’ is hij via de Koninklijke Militaire School een jaar geleden bij 414 terecht gekomen. “We hebben iets minder schoonmaakwerk dan de anderen”, roept hij lachend, “want wij moesten navigeren. Dan hap je heel wat minder stof dan degenen die achter je rijden.” De dronedreiging zorgde wel voor meer bewegingen. “Je kunt met een tank heel gemakkelijk een eigen verstopplaats maken. Bomen staan voor ons niet in de weg. Maar dat kan schade betekenen.”

De tanks worden een voor een goed gecontroleerd.

Snel wegwezen

Ondertussen staat een jonge huzaar naar de tracks te kijken. “Hoe haal je die uit elkaar?”, vraagt hij aan de ervaren korporaal Jelle, al ruim 4 jaar bij de tanks. “We hebben ook best veel stil gestaan, maar de actie was echt supergaaf”, zegt de korporaal. “We hebben anders leren schakelen. Als tankeenheid ben je vrijwel constant onder waarneming. Dan weet je dat er binnen 10 minuten artillerie op je dak kan komen. Dan moet je dus heel snel wegwezen.”

De tanks van het Nederlandse eskadron hebben eigen namen, zoals Diablo en Bert.

Korporaal Nordin staat ondertussen bij El Diablo, een van de tanks van de ‘Delta Devils’. “De systeemtest meldt dat zo’n beetje alles kapot is. Dat lijkt me niet juist. Daarom starten we alles opnieuw op. Zul je zien dat het allemaal best meevalt.” Er wordt aan alle kanten van de tank flink gewerkt. “Als het moet, kun je het belangrijkste onderhoud in een week doen. Nu pakken we een week of 2 en dan gaat de tank na de zomer uitgebreid in onderhoud.”

‘Kan niet wachten tot de Leopard 2A8 komt’

2A8

De korporaal heeft tijdens de Duitse landmachtdagen in Munster al kennis kunnen maken met een modernere versie van de Leopard, de A7. “Een aantal nieuwe systemen van die tank hebben we inmiddels ook op de A6. Helaas geen airconditioning. Nu moesten we rekening houden met het hitteprotocol. Het werd tegen de 50 graden in de tank, dat houd je niet heel lang vol. Je leeft in het voertuig.”

Huzaar-1 Vinje, schutter op de Leopard, heeft de wapens van de tank al door zijn handen laten gaan. Hij heeft het zichtbaar naar zijn zin bij 414. “Ik ben enorm benieuwd naar het nieuwe tankbataljon met de 2A8”, blikt hij vooruit.

Hoewel veel aan de tanks tegenwoordig digitaal is, heb je toch het ouderwetse handwerk nodig bij het onderhoud.

Flink poetsen

Wachtmeester Robin kent dat gevoel. Zijn bemanning en van 2 andere ‘Nederlandse’ tanks zijn aan het dollen op de afspuitplaats. “Op de coating komt al snel een laag stof te zitten die lastig te verwijderen is. Daar moet je echt met de hand en een spons overheen. We moeten ook goed opletten dat er niks tussen het onderstel en de toren zit, anders kun je de boel ontwrichten. Er rolt al snel een steen of kogelhuls tussen. Het onderstel moet je helemaal afspuiten, want in dit gebied komt nog wel eens zwijnenpest voor.”

De tanks krijgen een grondige douche in de wasstraat.

‘Ze moeten me hier wegslepen’

“Het was tijdens Fighter Lion best wel veel wachten en dat viel niet altijd mee in de hitte”, geeft Robin aan. “Maar als er actie was, ging het ook goed los. Het was trouwens mooi om weer eens met eenheden van 13 Lichte Brigade samen te werken.”

Hij is nu 7 jaar bij de eenheid en afkomstig uit de logistiek. “Toen ik hoorde dat er weer tanks kwamen, heb ik meteen toegehapt. Ik kan ook niet wachten tot we tanks krijgen met het Nederlandse leeuwtje. Het is een virus. Wat dit werk zo aantrekkelijk maakt? De grote zelfstandigheid… en we zijn allemaal specialisten. Ik rijd nog steeds iedere week met een grote glimlach in 5 uur van Rotterdam naar hier. Ze moeten me hier echt met een bergingstank wegslepen.”

Landmacht

Editie 07 2026