Jopke Rozenberg-van Lisdonk
Foto’s: Ron van Dijk
1
Zwaarste lading ooit gedropt
Tijdens de Airdrop Testweek, begin maart, werd de zwaarste en grootste lading ooit uit een Nederlands vliegtuig gedropt. Een C-130 was daarvoor uitgerust met een nieuw airdrop-systeem. Hiermee bereidt 336 Squadron zich alvast voor op de komst van de C-390.
De vracht die boven de Hechtelse Heide nabij Vliegbasis Kleine-Brogel in België werd losgelaten woog 14.700 lbs (pound), ofwel 6.667,81 kilo. Het zogeheten Parachute Extraction System (PES) waarmee dat gebeurde, werkt op basis van twee parachutes. Eerst trekt een kleine (extraction) parachute de lading uit het toestel. Daarna openen drie grotere (cargo) parachutes die de lading naar de grond begeleiden. Met het PES is het mogelijk om grotere en zwaardere ladingen te droppen dan met het huidige Gravity Extraction System (GES). Dat systeem werkt op basis van zwaartekracht. De lading rolt hierbij uit het vliegtuig wanneer het toestel met de neus licht omhoog vliegt, daarna opent de parachute die de lading naar beneden brengt.
Het PES airdrop systeem bestond al eerder, maar wordt momenteel doorontwikkeld met onder meer veiligheidsmechanismen. Zo kan de loadmaster bij problemen de kleine parachute snel en op afstand loskoppelen van de vracht. Een andere aanpassing voorkomt dat de grotere parachutes zich al in het vliegtuig kunnen ontplooien.
De Airdrop Testweek vindt doorgaans twee keer per jaar plaats. Daarin worden nieuw materiaal en nieuwe procedures getest. Naast 336 Squadron waren deze editie ook de Defensie Paraschool, haar Belgische equivalent RAVAIR en de fabrikant van het airdrop-materiaal betrokken.
Foto’s: MMU
2
MRTT repatrieert Nederlanders uit Midden-Oosten
Wegens de conflictsituatie in het Midden-Oosten is in maart een Airbus A330 Multi Role Tanker Transport (MRTT) ingezet om te helpen bij de repatriëring van Nederlanders die vastzaten in het gebied. Dat gebeurde op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ). De inzet werd operationeel aangestuurd door de Multinational MRTT Unit (MMU), een vliegtuigpool van NAVO-landen met tank- en transportvliegtuigen.
Het militair luchttransport werd op 8 en 12 maart ingezet. In Muscat (Oman) haalde het toestel reizigers op die zich bij BZ hadden gemeld voor repatriëring. De MRTT vloog hen vervolgens naar Hurghada in Egypte. Vandaaruit werden er door BZ in samenwerking met luchtvaartmaatschappijen repatriëringsvluchten naar Nederland georganiseerd.
Foto’s: General Atomics
3
Defensie neemt achtste Reaper in ontvangst
De vierde en tevens laatste MQ-9A Reaper uit de tweede bestelling is overgedragen aan Defensie. Dat gebeurde met een overdrachtsceremonie in de eerste week van maart in het Amerikaanse Californië. Commandant Air Combat Command commodore Marcel van Egmond was namens de luchtmacht aanwezig.
Het toestel met staartnummer M-008 wordt samen met een tweede exemplaar in 2027 naar Nederland gebracht. Ze zijn dan ook uitgerust met de nieuwe Extended Range capability, waarmee de vliegduur wordt verlengt. De andere twee toestellen blijven tot minimaal 2028 in de Verenigde Staten voor verdere ontwikkeling en beproeving van nieuwe capaciteiten, waaronder een maritieme radar, AIS en nieuwe software. De vier toestellen uit de eerste bestelling krijgen deze zomer modificaties, zodat de Reapers naast het uitvoeren van verkenningen ook als gevechtsplatform kunnen opereren.
De beschikbaarheid en inzetbaard van de Nederlandse Reapers is bovendien beter gewaarborgd door het overnemen van een groot aantal MQ-9A-artikelen van het Verenigd Koninkrijk. Deze zijn voor de Royal Air Force overtollig vanwege hun overstap naar de MQ-9B. Nederland kon de onderdelen overnemen tegen een veel lagere prijs dan dat ze bij de fabrikant kosten. Daarvoor tekende het Nederlandse Program Management MQ-9 op 19 februari een contract. Door de uitbreiding van de eigen voorraad heeft Defensie minder last van de toenemende levertijden.
Foto’s: Defensie
4
Nieuw opleidingsschip voor NH90-vliegers
Het Defensie Helikopter Commando en de Koninklijke Marine gebruiken sinds 2 maart het civiele bevoorradingsschip VN Partisan voor trainingen met NH90’s op zee. Het
helikopterdek van het commerciële schip is daarvoor speciaal aangepast. Het is nu een officieel ‘Helicopter Qualifications (HQ)-schip’.
Vliegers en vliegdekpersoneel kunnen vanaf nu een groot deel van de dekopleiding op het bevoorradingsschip volgen. Voor hen is voor een deel van het opleidingsprogramma een varend platform met helikopterdek, dat vergelijkbaar is met dat op marineschepen, voldoende. Door het inhuren van een extern schip wordt het vaarprogramma van marineschepen ontlast. Die schepen kunnen zich daardoor meer richten op hun operationele taken. Daarbij biedt het HQ-schip meer ruimte om vliegers en vliegdekofficieren gericht te trainen en hun geoefendheid op peil te houden. Toch blijven helikoptertrainingen op fregatten en Ocean-going Patrol Vessels (OPV’s) voor de scheepsbemanning, maar ook voor het vliegdekpersoneel, belangrijk.
Wanneer de marine het schip inhuurt, wordt het bestuurd door een civiele bemanning. Aan boord verzorgen instructeurs van de marine de opleiding van vliegers en vliegdekofficieren. Nederland stelt het schip ook beschikbaar voor de opleiding van Duitse en Belgische NH90-vliegers.
Foto: Martin Raanhuis
5
Wargame toetst financiële processen
Specialisten uit de finance & control-keten van heel Defensie oefenden medio februari in een ‘wargame’ hoe te opereren in een Hoofdtaak 1-scenario. De rekenmeesters onderzochten wat nodig is om financiële processen rond begroten, realiseren en verantwoorden goed te laten functioneren wanneer druk en financieel volume sterk toenemen. Centraal stond de vraag tot welk punt reguliere processen kunnen doorgaan en wanneer werkwijzen moeten worden aangepast om effectief te blijven opereren. De wargame-week vond plaats op het Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM).
Aan de hand van circa negentig spelscenario’s beproefden de vakspecialisten de huidige processen. Dit deden ze in vier rondes met oplopende spanning. Daarbij lag de nadruk op de samenwerking tussen de strategische, operationele en tactische niveaus binnen Defensie. De oefening maakte inzichtelijk hoe besluitvorming, informatie-uitwisseling en financiële processen zich tot elkaar verhouden in een dynamische operationele context.
De wargame was de eerste functionele oefening binnen de finance & control-keten die direct gekoppeld is aan de J-afdelingen van het NLD Joint Force Command. Daarmee vormde de oefening ook een belangrijke leerervaring voor andere J-afdelingen. Vertegenwoordigers van alle niveaus binnen Defensie namen deel, evenals externe partijen zoals de Algemene Rekenkamer, de Auditdienst Rijk en het ministerie van Financiën. Hun aanwezigheid droeg bij aan een beter begrip van de complexiteit van financiële processen tijdens crises en conflictsituaties.
De oefening is ontwikkeld door het Multi Domain Warfare Education Centre van de Nederlandse Defensie Academie, in nauwe samenwerking met specialisten uit het financiële domein. De wargame leverde twee belangrijke inzichten op. Een daarvan is het belang van nauwe afstemming tussen strategisch, operationeel en tactisch niveau, zodat duidelijk blijft wanneer procedures en budgetten veranderen. Daarnaast bleek dat in de fase waarin Defensie al moet handelen, terwijl er politiek nog geen formele crisis is, intensief contact met het ministerie van Financiën essentieel is.
De leermomenten uit de wargame worden de komende periode verder geanalyseerd. In het Comité Financiën en Control wordt vastgesteld welke acties als eerste worden opgepakt. Aan het einde van het jaar staat een nieuwe wargame gepland om te beoordelen of genomen maatregelen hebben geleid tot verbeteringen.
Foto: sergeant-majoor Jan Dijkstra
6
NAVO oefent opvang grote aantallen gewonden
Grote aantallen gewonden veilig en efficiënt van front naar thuisland verplaatsen. Daar draaide het om bij de oefening Casualty Move (CAMO)26 in Berlijn. Deze vijf dagen durende internationale NAVO-oefening vond plaats in de tweede week van maart.
CAMO26 is een computergestuurde oefening, dus zonder oefengewonden. Voor de Nederlandse bijdrage is er naast de Berlijnse oefenlocatie een zogenoemde ‘reachback-omgeving’ in Zeist. Daar wordt de internationale besluitvorming in Berlijn verbonden met de crisisaanpak in Nederland.
Defensie test dan bijvoorbeeld het spreidingsplan voor gewonde militairen met civiele partners. Denk aan GGD/GHOR, het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS), de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Dit Nederlandse deel van de oefening moet duidelijk maken waar de verschillende rollen en verantwoordelijkheden liggen. En hoe past dat dan in het internationale NAVO-systeem van verplaatsing van gewonde militairen?
Lees meer over deze oefening in de Defensiekrant #09 (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) .
Foto: Bart Clercx
7
Nieuwe blusvoertuigen voor brandweer
De luchtmacht krijgt 23 nieuwe blusvoertuigen ter vervanging van de huidige E-One Titan-crashtenders. Deze worden dit en volgend jaar gefaseerd geleverd. Het contract voor de wagens werd op 23 februari getekend. Het gaat om de Rosenbauer Panther 6x6, waarvan Defensie twee varianten koopt. Ook de marine ontvangt drie voertuigen.
Een van de varianten is de basisversie. Deze heeft een met joystick te bedienen dakmonitor (bluskanon) en een beweegbare bumpermonitor om brand te bestrijden. Het andere type beschikt over een zogenoemde High Reach Extendable Turret. Dit bluskanon is op een uitschuifbare giek gemonteerd voor blussen op hoogte. Ook heeft dit voertuig een zogenoemde nozzle piercingtool, een puntige staaf met sproeiers aan het uiteinde. Daarmee kunnen brandweerlieden vliegtuigrompen doorboren en op veilige afstand blussen.
De voertuigen kunnen uitrukken met 12.000 liter water en 750 liter schuim. De wagens kunnen een topsnelheid van 120 kilometer per uur behalen. Vanuit stilstand kunnen ze in een halve minuut een snelheid van 80 kilometer per uur rijden. Defensie koopt de voertuigen bij de Nederlandse leverancier Kenbri Fire Fighting uit Numansdorp.
Foto’s: Kick Smeets
8
CLRS op drukbezocht Amsterdam Space Symposium
Het ruimtedomein is geen bijzaak meer, maar een hoofdzaak. Tijdens het Amsterdam Space Symposium op 3 maart benadrukte Commandant Lucht- en Ruimtestrijdkrachten luitenant-generaal André Steur zowel het belang van samenwerking als de urgentie om sneller te bouwen aan een robuust en weerbaar ruimtedomein.
Samen met space-commandanten uit Finland, Polen en Zweden sprak Steur over de kansen en uitdagingen in de opbouw van nationale militaire ruimtecapaciteiten én het belang van interoperabiliteit: het vermogen van systemen, satellieten en landen om technisch en operationeel naadloos samen te werken. De boodschap was helder: als data en systemen goed op elkaar aansluiten, kunnen we sneller informatie delen, beter samenwerken en staan we als bondgenoten sterker.
Tijdens het symposium waren industriepartners en kennisinstellingen aanwezig, waaronder FSO, ICEYE, Cosine, Axient BV, TNO, Airbus, DAWN Aerospace, SpaceNed, en ISISpace. Hun kennis en technologische ontwikkeling helpen Defensie om sneller nieuwe capaciteiten te realiseren.
De eerste editie van het symposium trok zo’n 750 deelnemers afkomstig uit de overheid, Defensie, industrie en aangrenzende sectoren. Er waren meer dan vijftig nationale en internationale sprekers om te praten over onderwerpen zoals veilige satellietinfrastructuur, klimaatmonitoring en strategische autonomie.
Lees meer over het Amsterdam Space Symposium en de militaire rol en activiteiten in de ruimte in het artikel van Defensiekrant #08 (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) .
Foto: sergeant Jasper Verolme
9
KMar-patrouillevliegtuig op Gilze-Rijen
In een van de shelters op Vliegbasis Gilze-Rijen staat sinds kort een patrouillevliegtuig van de Koninklijke Marechaussee. Het toestel is fysiek ondergebracht bij 931 Squadron, maar valt organiek niet onder het Defensie Helikopter Commando. Het gaat om een tweemotorige Diamond DA62 MPP, die is ingericht voor surveillance- en verkenningstaken.
“We zijn hier echt geadopteerd”, zegt marechausseeprojectleider adjudant Haiko over de samenwerking met 931 Squadron. “Als ik iets nodig heb, wordt er meegedacht en gehandeld. Dat is superfijn.” De marchaussee betaalt zelf voor de brandstof van het toestel en het onderhoud vindt plaats op Vliegveld Seppe. Dat kan omdat het vliegtuig van Diamond Aircraft de eerste vijf jaar nog niet militair geregistreerd staat.
Het is niet het eerste patrouillevliegtuig van de marchaussee. Het eerste tijdelijke toestel dat de organisatie in gebruik had, is terug naar defensie- en technologiebedrijf QinetiQ in Groot-Brittannië. Dat is verantwoordelijk voor de integratie en instandhouding en bouwt momenteel het toestel om naar de gewenste KMar-configuratie. Wanneer het terugkomt, beschikt de marechaussee over twee patrouillevliegtuigen. De missies worden uitgevoerd door zeer ervaren vliegers die als reservist zijn aangesteld bij de marechaussee.
Meer weten over de operaties met dit toestel? Lees dan het artikel in KMar Magazine #02 (externe link, opent in een nieuw venster of tabblad) .
Foto’s: Jarno Kraayvanger
10
Theatervoorstelling ‘Niet in mijn achtertuin’
Op Vliegbasis Deelen was op 14 februari de eerste theatervoorstelling ‘Niet in mijn achtertuin’ te zien. Theatergezelschap ‘De Werkplaats’ maakte het stuk met ondersteuning van het Defensie Helikopter Commando (DHC).
De voorstelling richt zich op een actuele vraag: hoe weerbaar zijn wij als samenleving in een wereld waarin onder meer geopolitieke spanningen en oorlogen steeds dichterbij komen? Gebeurtenissen waarvan we misschien dachten dat ze ons niet direct zouden raken. Met muziek, humor en de realiteit van vandaag neemt het gezelschap het publiek mee op de zoektocht hoe hiermee om te gaan. Daarbij is aandacht voor mentale weerbaarheid en het belang van in contact blijven met de wereld om ons heen.
De theaterproductie laat zien dat een weerbare samenleving vraagt om vertrouwen, begrip en samenwerking. Defensie speelt daarin een belangrijke rol, maar kan die alleen goed vervullen met steun en draagvlak vanuit de omgeving. Daarom was er na afloop van de voorstelling ruimte voor bezoekers om vragen te stellen aan en in gesprek te gaan met een militaire vertegenwoordiger van het DHC.
De bedoeling is om ‘Niet in mijn achtertuin’ ook op andere bijzondere (defensie)locaties te spelen. Zo kan het gesprek over weerbaarheid en samenwerking op meerdere plekken in het land gevoerd worden.